Het was Henk van Straten en naast hem liep Katelijne.
'Op een dag als vandaag komt iedereen de straat op', zei Henk.
Katelijne zei niets. Maar ze gaf Dirk een stevige handdruk, die hem
op pijnlijke wijze er aan herinnerde, dat Katelijne een jongejuffrouw
met solide spieren was.
'Zijn de andere lui er ook?' vroeg Dirk.
'Zitten overal her en der in het land', zei Henk, 'wij waren in de buurt. Ook toevallig, dat we jullie hier tegenkomen.' Die woorden herinnerden Dirk opeens weer aan zijn vader en moeder. 'Ook toevallig, dat we elkaar tegenkomen', zo hadden ze elkaar vanmorgen in de wachtkamer van het station begroet. 'Zeg Willem', zei Dirk, 'kunnen we de oudjes niet beter gaan halen. Dan kunnen we samen de stad inwandelen.' Even dacht Willem na.
'Het is nogal riskant', zei hij, 'enfin dan moet het maar, het is niet alle dagen 25 februari.'
Dirk's vader en moeder zaten niet meer alleen. Lien was bij hen. 'Ik had er de lucht van, dat jullie mekaar hier zouden ontmoeten', zei ze lachend, 'ik heb hier maar voor gezelschapsdame gespeeld, terwijl de heren in de stad aan het banjeren waren.' 'Banjeren', zei Dirk verontwaardigd, 'ik zal jullie eens vertellen wat wij vanmorgen gezien en gehoord hebben.'
In geestdriftige bewoordingen schilderde hij het tafereel aan de De Ruyterkade.
'Ik heb zelf ook wel enkele kleinigheden gezien', zei Lien. 'Ik kom uit Zuid. Daar staken de leerlingen van de Hogere Burgerscholen. Ze vertikken het naar school te gaan. Ik ben een stoet tegengekomen van zeker vijfhonderd jongens en meisjes, die liepen te zingen: 'A,B,C,D,E,F,G,... weg met de moffen en de N.S.B.' Als ze zo'n aangeklede aap-op-een stokje van Mussert tegenkwamen, maakten ze een grote kring om hem heen, en maar joelen en tieren. De stad is in complete opstand. In de Sarphatistraat hebben ze een tramwagen onderste boven gekieperd. Ik kwam er net aan, toen de tram uit de remise in de Roetersstraat kwam rijden. De mensen begonnen te roepen: Binnen blijven, niet uitrijden. Maar de conducteur schudde van nee. Toen zei een politieagent: 'Dames en heren, ga nou naar huis, en keer die tram niet om.'- Niemand had er tot dusver aan gedacht datje een tramwagen betrekkelijk gemakkelijk uit de rails kunt werken. Maar die agent bracht ze op het idee. Dat was trouwens zijn bedoeling geweest, want hij had zelf de grootste pret, toen zeker wel tweehonderd man die tram aan alle kanten beetpakten, en joep daar ging het ding dwars over de rails. 'Nou kan er helemaal niks meer
188