Dirk dacht: 'Nu weet ik hoe mensen er tijdens de Tachtigjarige Oorlog uit hebben gezien.'
Willem, Henk en Katelijne liepen voorop. Henk en Katelijne liepen stevig gearmd. Daarachter kwam Dirk's vader en moeder, en daarachter weer Lien en Dirk. Om elkander niet kwijt te raken, hadden Dirk en Lien elkaar een hand gegeven.
'Ach jö', zei Lien, 'doe niet zo bleu. Geef me doodgewoon een arm. We zijn toch geen kindertjes meer, in de oorlog word je elke week een jaar ouder.'
Gearmd liepen ze verder samen. Ze waren samen snel deel van de demonstrerende menigte. Bij de Bijenkorf ging een luid hoera op. Het personeel van het grote warenhuis stroomde naar buiten.' 'We staken... we doen mee', riepen ze.
Hier en daar stak iemand een geïmproviseerd spandoek boven de menigte uit. 'Het personeel van Hollandia Kattenburg met 800 man', las Dirk. Op andere spandoeken stonden opwekkingen te lezen om mee te staken.
Eindelijk kwamen ze op de Dam. Voor het Koninklijk Paleis stond de menigte ^ls een compact blok van misschien wel honderdduizend mensen. Ze keken allemaal naar het Paleis, waar niets te zien was. Maar als je naar hun gezichten keek, zag je, dat ze in hun verbeelding het ogenblik beleefden, waarop Nederland weer vrij zou zijn. Het ogenblik, waarop de Oranjevlag weer op het dak van het Paleis zou wapperen, en de leden van het Koninklijk Huis op het balcon zouden verschijnen.
Zo sterk was deze verbeelding, dat al die tienduizenden opeens door een grote beklemming werden overvallen. Het werd doodstil op de Dam. Zo stil als in een Kerk. Mannen ontblootten eerbiedig het hoofd. Vrouwen drukten zakdoeken tegen de ogen. Niemand schaamde zich, dat de tranen langs de wangen stroomden. Iemand met een krachtige mooie stem hief een gezang aan: 'Wilhelmus van Nassouwe...', klonk statig en tegelijkertijd uitdagend over het plein. Men zag mensen bleek worden van ontroering. Dirk drukte Lien stevig tegen zich aan. 'Ik dank God, dat ik dit heb mogen beleven', zei hij. Zij antwoordde niet, maar gaf hem een kus.
'Ik ben trots op je, Dirk', zei ze, en toen voegde ze er innig aan toe: 'op mijn Dirk.'
Dirk had het gevoel, dat zijn jasje te klein was voor zijn hart. De machtige ontroering, die over de Dam golfde vond weerklank in zijn eigen gemoed. Hij zag Lien zoals hij haar nog nooit had gezien. Enkele ogenblikken was het alsof hij van de gehele wereld afgesloten
190