Tussen speurders en spionnen - Avonturen van Dirk Poldervaert

Titel
Tussen speurders en spionnen - Avonturen van Dirk Poldervaert

Jaar
1960

Druk
1960

Overig
1ed 1960

Pagina's
191



twee zijn we hier weer terug. Dan kunnen we altijd nog besluiten wat we doen.'

'Prima', zei vader. Willem knikte instemmend. 'Zul je voorzichtig zijn', riep moeder hen na.

Dirk en Willem gingen onder de perrons door naar de achteruitgang van het station. Ze kwamen op de De Ruyterkade. De IJ-ponten voeren, zoals altijd heen en weer, maar nu waren ze stampvol met geestdriftige mensen. De dekken puilden uit. In de stuurhut zaten de mensen opgepropt. Ze stonden mannetje aan mannetje op de trappen. Al die mensen waren als blijde en toch ernstige kinderen. Ze zongen liederen, die iedereen kende. Iemand zette het Wilhelmus in. Allen zongen mee. Daarop zongen ze socialistische liederen. Mannen van de Grüne Polizei bewogen zich tussen de massa, maar ze dorsten niets te doen.

Telkens als een pont die honderden opgetogen mensen naar de stad

had gebracht, vormden zich grote groepen heftige pratende stakers.

'Bij Kromhout ligt de hele boel plat.'

'Bij Fokker werkt geen kip meer.'

'Verschure heeft de mensen naar huis gestuurd.'

'Bij de werf van Goedkoop hebben ze de hele tent gesloten.'

De mensen uit de stad gaven hun berichten door aan de stakers van

over het IJ.

'We moeten de stad in. De tram ligt stil.' 'De Reiniging rijdt ook niet uit.' 'Wat doen de moffen?'

'Thuis zitten en het Horst Wessellied snikken', zei iemand en hij wekte luid gelach.

De stemming werd steeds overmoediger. 'Heeft de politie iets gedaan?'

'Ha, de politie. Dat zijn toch immers ook goede Nederlanders. De politie doet niks. Die loopt maar te lachen. Af en toe zegt een agent: Dames en heren, een beetje kalm aan.' Luid gelach weerklonk. 'Ik kom van de Kadijk', zei een man, 'de kolenwerkers hebben het bijltje er bij neergelegd. Ik heb gehoord, dat een paar onderkruipers geprobeerd hebben een tram buiten de remise te brengen. De mensen gingen gewoon op de rails zitten. Rij maar over ons heen, riepen ze. In de stad wordt verteld, dat ze ook een paar trams op hun kop hebben gezet. Amsterdam moet vandaag helemaal plat. De rotmoffen moeten weten, dat de Mokummers niet met zich laten sollen.' Dirk voelde plotseling, dat iemand hem een vriendschappelijke stoot in de zij gaf. Hij keek om zich heen. 'Verroest', zei hij, 'daar heb je warempel Henk.'

187

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.