Tussen speurders en spionnen - Avonturen van Dirk Poldervaert

Titel
Tussen speurders en spionnen - Avonturen van Dirk Poldervaert

Jaar
1960

Druk
1960

Overig
1ed 1960

Pagina's
191



er hangt iets in de lucht... een soort onweer zou ik zeggen, als je snapt wat ik bedoel. De mensen fluisteren, dat ze het niet langer nemen... de bezetting bedoelen ze... en dat we het allemaal tegelijk moeten vertikken. Amsterdam is een rare stad, Dirk, en Amsterdammers zijn de raarste lui, die er bij zijn. Ze zijn lang gemoedelijk, maar o wee, als het hun in het verkeerde keelgat schiet. Als ze op de Eilanden en in de Jordaan kwaad worden, gaan ze door roeien en ruiten... Het is me het tijdje wel, dat we beleven.'

Een week later klopte Willem op de deur van het kantoortje met het afgesproken signaal.

'Nou', zei hij, toen hij met Dirk in de garage zat te praten, 'dat is me ook een mooi verhaal... dat van die Janus Droesem bedoel ik. Dat mannetje van me in Rotterdam heeft 't uitgezocht. Moet je 's horen. Janus is met een snelle motorboot van de Britse marine tot onder de Nederlandse kust gebracht. In de buurt van de Waterweg, precies zoals was afgesproken. Daar hebben ze de Noorse sloep over boord gezet. Het zendertje in zijn waterdichte verpakking bengelde achter de sloep aan. Janus roeide naar de kant. Geen mof te zien. Zo kwam hij aan bij het eilandje Rozenburg, waar alles nog net zo was als toen hij er vroeger was geweest. Hij verborg het bootje. Het zendertje begroef hij een eind verder weg op een plaats waar hij het gemakkelijk zou kunnen terugvinden. En toen ging Janus naar Rotterdam.'

'Hij heeft dat allemaal heel openlijk aan dat mannetje van mij verteld', ging Willem verder. 'In het begin keek hij wel een beetje vreemd toen die knaap bij hem kwam, maar Janus, zo zegt die vriend van me, is een gare knaap met een paar pientere oogjes, die heel gauw in de gaten had, dat mijn mannetje was te vertrouwen.' Janus had daarop zijn opdracht verder uitgevoerd. Hij moest naar het kantoor gaan van een vereniging waar hij lid van was. Daar moest hij proberen met een of meer betrouwbare mensen contact op te nemen. Verder moest hij handelen als een verstandig man. Zo was hem in Londen gezegd.

'Nou', vertelde Willem, 'die Janus kwam dus op het kantoor van die vereniging van hem. Ik kom uit Londen, zegt hij tegen een bestuurder, die hij goed kent. Die kijkt hem aan en zegt: maak datje grootje wijs. Jij uit Londen? Dat bestaat niet. Janus wordt kwaad. Hij slaat met zijn vuist op tafel en zegt: ik kom uit Londen. Hier zijn de bewijzen en hij laat een paar dingen zien, die ze hem als introductie hebben meegegeven. De bestuurder bekijkt alles aandachtig en zegt: 'je moet je soort voor de gek houden. Als jij uit Londen komt, dan kom

177

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.