wel eens, Lien heette ze... enfin', ging Geldrop verder, 'met een smoesje zus en een praatje zo ben ik achter het adres van die Lien gekomen. Die Gijs had natuurlijk wel in de gaten, dat ik iets wou, maar hij is te verstandig om veel te vragen. Tegenwoordig is het zo in Nederland: hoe minder je weet, hoe minder ze uit je kunnen persen. Nou die Lien was thuis..., zeg eens Dirk, niet om het een of ander hoor, maar dat meisje ziet wat in jou hoor. Toen ik haar voorzichtig zei, dat je bij mij ondergedoken zat, riep ze: 'Ik wist, dat hij bij me terug zou komen...' Dat zei ze, en ze vertelde er nog iets bij, dat ik je maar niet zal oververtellen, anders ga je nog naast je schoenen lopen van verbeelding. In elk geval, ze vindt je een flinke vent.' 'Komt... komt Lien straks hier?' vroeg Dirk verheugd. De deur van het kantoortje ging open.
'Hier ben ik al', zei Lien, 'ik heb buiten even moeten wachten op bevel van meneer Geldrop, maar ik kon het niet langer uithouden.' Dirk en Lien schudden elkaar zeer hartelijk de hand. En daarna vloog Lien hem om de hals. 'Heerlijk, datje er bent, heerlijk', zei ze. 'Ja, heerlijk', stamelde Dirk.
Ze hadden elkander veel te vertellen. Lien sprak over de toestand in Nederland. Veel van wat ze vertelde wist Dirk al, maar haar verhaal bevatte toch veel bijzonderheden waarvan hij nu voor het eerst hoorde. Ze gebruikte tal van termen en uitdrukkingen, die hem vreemd waren. Herhaaldelijk zei ze: Oh, dat organiseren we wel even. Voortdurend moest Dirk vragen: 'Wat is dat nou weer?' In een goed half jaar tijds was de taal met tal van nieuwe woorden en uitdrukkingen verrijkt.
Nadat Lien hem uitvoerig had verteld, dat vader en moeder en de hele verdere familie gezond waren, kwam het gesprek ('eindelijk', zei Dirk met een voorgewende zucht) op de club en haar activiteit. 'Ze hebben me in Engeland verschillende opdrachten mee gegeven. Die moet ik als het kan in elk geval met Willem Nooteboom bespreken. Kan je die bereiken?' 'Ik weet wie zijn voormannetje is', zei Lien. 'Wat is dat nou weer? Een voormannetje?'
'Willem zwerft door het land. Een vast adres heeft hij niet. En dat is maar goed ook, want als de Grüne hém pikt, rollen ze de hele bups op. Nou heeft hij één mannetje, een adjudant zal ik maar zeggen, die weet hoe Willem te bereiken is. Dat mannetje is ook geheim, maar ik ken hem. Trouwens jij kent kem ook... Het is Henk van Straten, zó'n jongen', zei Lien en ze stak haar duim omhoog. 'Ik moet met Willem praten. Laat hem weten waar hij mij kan be
173