reiken. En dan nog iets: Heb jij wel eens van een Tade van de Bos-drift gehoord?'
'Nou en of', zei Lien, 'die ellendeling ken ik maar al te goed. Hoe kom jij aan zijn naam?' 'De knaap zit in Londen.'
'Onmogelijk', zei Lien, 'dat is een schurk, die voor de Nazi's werkt. Ik heb een maand of wat geleden plotseling visite gekregen van een meneer Lingstrom'. 'De Zweed uit Genève', zei Dirk.
'Precies', zei Lien, 'die vent bedoel ik. Hij wilde contact opnemen met belangrijke mensen uit de illegaliteit. Enfin, dat weet je al want toen we zekerheid wilden hebben is immers jouw boodschap uit Londen gekomen. Nou, die meneer Lingstrom kwam hier naar toe onder de dekmantel van een zakenman, en een van zijn zakenrelaties was een metaalfabriek ergens in de buurt van Utrecht. We hadden een mannetje op die fabriek en die knaap wist vaag iets af van het bestaan van wat we onder elkaar de naaikrans van Lijsje Lorresnor noemen. Hoe het allemaal in zijn werk is gegaan weten we niet, maar het komt in elk geval hierop neer, dat meneer Lingstrom op een gegeven ogenblik met dat mannetje over de naaikrans van ons sprak, en dat Tade, zoals zijn gewoonte was, doodgewoon met een verborgen microfoontje dat gesprek afluisterde. Het fijne kon hij er nooit van te weten zijn gekomen, want dat wist ons mannetje niet, en Lingstrom ook niet. Heel toevallig is onze man er achter gekomen, dat Tade, de gluiperd, zoals hij daar werd genoemd weer eens luistervinkje had gespeeld. Ons mannetje is verdwenen, ondergedoken, en meneer Lingstrom schijnt ook lont te hebben geroken, want die komt niet meer hier, maar hij heeft wel een ansichtkaart gestuurd, waar je de Jungfrau op ziet, helemaal besneeuwd, dat was het afgesproken teken, dat de boel verraden was en dat we foetsie moesten gaan. Nou dat hebben we toen gedaan.'
Het klinkt allemaal zo eenvoudig, dacht Dirk, maar ondertussen was het toch een zaak van leven en dood.
'Tade de gluiperd', zei hij, 'heeft zich tussen een stel bonafide Engelandvaarders verscholen. Zo is hij in Londen gekomen. Met een leep smoesje. Hij had zogenaamd opdracht van de naaikrans om contactadressen in Londen te verzamelen en dan weer naar Nederland terug te keren.'
'Wat een ellendige schoft', zei Lien, 'Londen moet direct gewaarschuwd worden.'
'Hoeft al niet meer', zei Dirk, 'ze hebben Tade gekraakt van hier tot ginder. Hij heeft gepraat en alles bekend. Nou zit hij in de bak. Trou
174