Van 1933 af, toen de nationaal socialisten in Duitsland de macht hadden gegrepen, waren duizenden en duizenden Joden in dat land het slachtoffer geworden van de rede- en zinneloze vervolgingsdrift der opgezweepte hartstochten van rassenhaat en geloofsvervolging. Duizenden vluchtelingen hadden de weg naar de vrijheid gevonden, die vaak door het toen nog vrije Nederland leidde. Van hen had men gehoord, hoe de Nazi's mensen van hun geld en goed beroofden. Tienduizenden Joden waren in concentratiekampen opgesloten, waar ze een zo bitter gebrek leden, dat ze de wrede kwellingen van hun bewakers niet konden doorstaan. In die concentratiekampen zaten ook niet-Joden opgesloten, tegenstanders van het Hitler-regime. Hun lot was even vreselijk. Aanvankelijk hadden de Duitsers de indruk gewekt, dat ze de rassenwetten in Nederland niet zouden invoeren. Maar die mildheid was slechts schijn. Het Algemeen Nederlands Persbureau (het A.N.P. door de bezetter overgenomen en prompt door de bevolking'Adolf's Nieuwste Papegaai 'genoemd) liet weten, dat eerlang alle ambtenaren van benoeming of bevordering zouden worden uitgesloten, die van Joodse of van gemengd Joodse afkomst waren. Heftige protesten waren door de bevolking geuit. Eind oktober was in alle Protestantse Kerken een Afkondiging voorgelezen, waarin werd medegedeeld, dat de Kerken ernstig bij de bezetters hadden geprotesteerd tegen de anti-Joodse maatregelen, die zo sterk in tegenspraak waren met de verdraagzaamheid, die kenmerk is van het Nederlandse volkskarakter. De Katholieke Kerk liet zich evenmin onbetuigd, vooral van kardinaal de Jong, maar ook van de lagere geestelijkheid was bekend, dat zij de bezetter op duidelijke wijze te kennen hadden gegeven, dat zijn beleid van haatdragendheid en vervolging om redenen van ras of geloof, hun instemming beslist niet had. Toen de Joodse Hoogleraren werden ontslagen, en bekend werd, dat een van hen, prof. mr. A.C. Josephus Jitta, voor het laatst college zou geven, gingen de studenten in honderdtallen naar het afscheidscollege. De student J.B.F. van Hasselt sprak boven aan de trap staande zijn mede-studenten toe. Daarop gingen 3000 studenten in staking. In Leiden sprak prof. Cleveringa bij het afscheid van prof. mr. Meyers, wie de verdere uitoefening van zijn hoogleraarsfunctie was verboden. Zijn rede werd overal in het land in het geheim verspreid. In het geheim circuleerde illegale krantjes. De Jodenvervolging werd op ongemeen scherpe wijze veroordeeld. Maar een doem van beklemming lag op de Joodse buurten en de bewoners er van...
170