; V-־־:׳**■״
'Alles is geregeld. Je blijft hier gewoon in de loods. Die ene kist die daar staat, breng ik het allerlaatst in de trein. Jij helpt sjouwen en je blijft meteen in de goederenwagon. Ik zal met mijn collega in die goederenwagen afspreken, dat hij je inbouwt...' 'Inbouwt...?' vroeg Dirk verbaasd.
'Jawel, gewoon wat kisten en ander spul om je heen, en jij in het midden. Dan val je niet zo gauw op, snap je. Hier is een kaartje naar Amsterdam, dat heb ik bij de chef georganiseerd. In Amersfoort ga je uit de trein, en je stapt over naar Amsterdam, ie-wie-waai-weg.' 'Wel bedankt', zei Dirk, erg aangedaan, en hij greep de hand van de kruier.
'Ozo', zei die en hij voegde er aan toe, 'hier is nog een kleinigheid voor onderweg. Je mocht eens van de graat vallen.' En nu reed Dirk, tussen kisten ingebouwd in de goederenwagen van Nunspeet naar Amersfoort. Alles was op het station Nunspeet vlot verlopen. Hij had, zo veel mogelijk onzichtbaar, meegeholpen de zware kist in de goederenwagen te duwen. Daar had een ander de vracht van hem overgenomen. Die had hem meteen door een nauw openingetje tussen twee kisten ingewrongen, en de grote kist er voor gezet.
Op het station Amersfoort liepen vrij veel reizigers rond, zodat Dirk zich ongemerkt tussen de mensen kon verbergen. Hij had ruimschoots de tijd, voordat de trein naar Amsterdam zou vertrekken, maar uiteindelijk was het dan zover. In Engeland had men Dirk gezegd, dat hij bij plotselinge controle door de Duitsers heel gewoon moest doen; zijn vervalste papieren waren in orde. Toch hoopte hij, dat er deze keer geen controle zou plaatsvinden. Hij moest nog aan zoveel wennen. Hij had het gevoel, dat hij het land kende en toch ook weer niet. De mensen waren vervuld van gedachten, die hem vreemd waren. Ze spraken ze niet uit, maar ze droegen een atmosfeer van grote bezorgdheid met zich om. Dat was aan hun gezichten te zien. Dirk vond ook, dat ze minder spraken dan voorheen.
Hij had opzettelijk geen plaats bij het venster gekozen. Zo dadelijk zou de trein Hilversum passeren. Licht, dat er iemand op het station zou zijn, die hem herkende. Hoeveel mensen wisten dat hij naar Engeland was ontkomen? Een te vroege herkenning... dat moest hij ten koste van alles vermijden.
Maar al zat hij dan niet aan het venster, toen de trein Hilversum naderde, zag hij toch alles van het landschap en de huizen. Daar was de toren van de kerk op de Groest, en de gele steen van het raadhuis was even zichtbaar. Een grote ontroering beving hem. Als hij nu uit-
168