het zelf weet ben je een moedige knaap, en zoveel hebben we daarvan niet in voorraad. Weet je wat je doet, denk er nog eens een dag of veertien ernstig over na, en vertel me dan je beslissing. Let op, het is, ondanks alles, een verdraaid gevaarlijk karwei. Als de Duitsers je grijpen, en daarop moetje toch rekenen, nietwaar, zullen ze geen middel onbeproefd laten, zelfs het verschrikkelijkste niet, om je aan het praten te krijgen, en wat er dan verder met je gebeurt hoef ik je niet te vertellen, dat begrijp je zelf ook wel. De Duitsers slaan de waarde van een mensenleven niet zo hoog aan.'
Veertien dagen later zei Dirk tegen de Kreeft, dat hij er ernstig over had nagedacht, en dat hij vastbesloten was om als geheime agent naar Nederland te gaan.
'Heb je ooit met iemand over je plan gesproken?' 'Nooit', zei Dirk.
'Ook niet met Gerard van Reuven?'
'Ook niet met Gerard van Reuven', antwoordde Dirk.
'Goed', zei de Kreeft, 'dan vertel je op een bijna achteloze manier
aan Gerard, dat ze je gevraagd hebben om een paar maanden naar Cu-
ragao te gaan. Zeg maar, dat je daar wat vertrouwelijke dingen voor
de regering moet doen, en dat hij voorlopig niet van je zal horen. Op
zekere dag nemen we je uit de circulatie.'
'Moet Gerard er over zwijgen?' vroeg Dirk.
'Ja en neen', zei de Kreeft, 'zeg hem, dat hij het niet aan de grote klok behoeft te hangen, maar dat hij het na een paar weken ook niet angstvallig geheim behoeft te houden. Zo van: zwijgt het voort. Dat zal de beste manier zijn om elk gerucht de kop in te drukken.'
Weken van training lagen achter hem. Het was zwaar werk geweest. Somwijlen had zijn hart in de keel geklopt van angst, als hij onder opzettelijk moeilijk gemaakte omstandigheden uit een machine moest springen. Maar het was altijd goed gegaan. Zijn zelfvertrouwen was gegroeid. De lessen, die hij had moeten leren, waren veel gemakkelijker geweest. Kranten uit Nederland lezen. Aantekeningen maken, die hij uit het hoofd moest leren. Daarna waren de ondervragingen gekomen. Een van de instructeurs speelde de rol van vijand. Die moest proberen hem door strikvragen in de war te brengen. Ten slotte was de boodschap gekomen: Vannacht ga je naar de overkant. Hij was de laatste uren wel erg zenuwachtig geweest. 'Never mind', had de commandant van het trainingskamp gezegd, 'dat zijn ze allemaal. Hier neem maar zo'n pilletje. Dat kalmeert je.' Inderdaad, toen hij het witte dingetje had doorgeslikt, was alle zenuw
164