hoofdstuk vi
Dirk wil ook terug
Tegen het midden van december 1940 begon Dirk te beseffen, dat hij reeds geruime tijd op een denkbeeld broedde. Meermalen wanneer hij berichten uit het bezette vaderland hoorde, had hij gedacht: 'Hé, ik wilde maar, dat ik d&ar bij geweest was.' Maar meer dan een invallende gedachte had die verzuchting nooit geleken. Hij droomde ook wel eens van de vrienden in Hilversum. Er was één droom, die hem herhaaldelijk had bezocht. In de huiskamer bij vader en moeder thuis was de hele club bij elkaar.
'Is Dirk er niet?' vroeg Willem Nooteboom (in die droom). 'Nee', zei Lien, 'Dirk is 'm lekker gepiept. Die zit hoog en droog in Londen.' En daarmee was de droom dan uit. Hij ontwaakte dan altijd in een mistroostige stemming.
Op zo een morgen werd het hem opeens duidelijk, dat hij door een gevoel van schuld werd gekweld. Zijn vrienden doorstonden gevaren in het bezette gebied, en hij... hij zat in Londen. Weliswaar niet rustig, maar toch in betrekkelijk veilige omstandigheden, vergeleken met de risico's die de club boven de gevaren van elke Nederlander onder de bezetting, vrijwillig op zich had genomen. Dat stak hem. Schuldgevoel. Ze zullen me ginds voor een lafaard houden, dacht hij. Nu, midden december stond hem opeens duidelijk voor ogen met welk plan hij innerlijk al die tijd had gespeeld. Hij wilde naar Nederlandterug.
Misschien zat er ook wel een beetje de wens bij hem voor (zei hij eerlijk tegen zich zelf), om met de Kerstdagen en Nieuwjaar thuis te zijn. De laatste week van het jaar was altijd een feest van stille intimiteit in de huiselijke kring. Voor het eerst, zolang hij leefde, zou hij die tijd buiten het ouderlijk gezin doorbrengen, en zonder enige mogelijkheid om met zijn moeder, zijn vader en zijn vrienden in verbinding te treden.
'Ik heb doodgewoon heimwee', zei hij tegen zich zelf in de stilte van zijn gehuurde kamer.
Toen hij met die gedachte eenmaal zo ver was gekomen, liet hij zich meevoeren door jongensachtige wensdromen. Hij kon overdag op kantoor in gepeins verzinken, wanneer hij fantaseerde hoe hij de tocht terug zou gaan maken. Uit allerlei verhalen kon hij zich een vrij duidelijke voorstelling vormen hoe dat in zijn werk zou gaan. Heel in het begin na de bezetting had een zeer dappere geheime agent, luite-
162