'Nou maar hopen, dat de hoofdpijn verdwijnt', zei hij, toen hij de medicijn had ingenomen.
Dirk kon zijn gedachten niet bij het partijtje dam houden. Tade won gemakkelijk van hem.
'Ik ga naar boven', zei Gerard, 'ik ga wat ze in Amsterdam noemen: op mijn nekharen leunen.' 'Maf ze', zeiden de anderen.
Dirk ging niet naar bed, maar bleef rustig in zijn kamertje op een stoel zitten wachten. Een kwartiertje later, ging de deur behoedzaam open. Gerard kwam binnen. 'Vertel eens', zei hij, 'wat heb jij ontdekt?'
Dirk vertelde hem uitvoerig alles wat hij die avond had meegemaakt. 'Dat ziet er ernstig genoeg uit', zei Gerard. 'Het belangrijkste is, dat we in elk geval één adres hebben. Namelijk van dat verkleedhuisje zal ik maar zeggen. Ik heb nog heel wat mooiers.' Hij vertelde, dat het hem inderdaad was gelukt vóór Tade in het pension terug te zijn.
'Ik zat er zo'n beetje rond te hangen toen de smuigerd binnen kwam', zei hij. 'Tade trok een zogenaamd teleurgesteld gezicht. 'Mijn afspraak is niet doorgegaan. Ik had met een meisje afgesproken om kwart voor negen op Piccadilly Circus, maar ze is niet verschenen. Ik heb nog getracht haar te bellen, maar geen antwoord', zei hij.' 'Leep bekeken', zei Dirk, 'alles klopt, alleen hij slaat dat ene kleinigheidje over, dat wij hebben gezien.'
'Ik hield me dood-onnozel', zei Gerard, 'en zei: heb je geen zin om een partijtje schaak of dam te spelen? Hij dacht kennelijk: dat is mijn kans om met die Isegrim aan te pappen. Hij wilde dammen. Ik zeg: dat is goed, dan ga ik even naar boven, want ik wil niet in mijn jasje dammen. Goed, zegt Tade, dan ga ik ook even naar boven, me even wat wassen. En het kwam precies zo uit als ik had gedacht. Hij liet zijn jasje ook boven'
'Hij liet zijn jasje ook boven?', herhaalde Dirk vragend, 'wat heeft dat er nou mee te maken?' 'Let maar eens op', zei Gerard.
Hij vertelde Dirk, dat hij het spelletje dam eindeloos had gerekt, toen was hij een tweede partijtje begonnen, en een derde, en ten slotte het vierde, waar hij juist midden in zat, toen Dirk eindelijk thuis kwam.
'Ik dacht, dat je nooit zou komen', zei hij, 'maar toen je er eenmaal was, ging alles vlotjes. Jij nam het spelletje over, en ik ging dat aspirientje halen. Weetje waarom?'
154