hoofdstuk v
De grote onbekende ontmaskerd
Lang behoefde Dirk niet in de ondergrondse trein te rijden, want tot zijn grote verbazing, zag hij sinjeur X al aan het volgende station, Leicester Square, uitstappen. Het kwam hem voor, dat het mannetje nu wat kwieker liep dan voorheen. De grote onbekende maakte minder gebruik van de wandelstok, waar hij eerst zwaar op had geleund, en hij liep ook minder kreupel. Dirk zorgde, dat hij op een behoorlijke afstand achter hem bleef. Juist dicht genoeg om hem te zien, juist ver genoeg om zelf niet gezien te worden. Nu was voor dit laatste weinig gevaar. De grote onbekende waande zich kennelijk volkomen veilig en onbespied. Hij keek geen enkele keer om. De straten hier in de buurt waren vol met wandelaars. Achter Piccadilly Circus en Leicester Square strekt zich de buurt uit, die de Londenaren Soho noemen. Overdag is het een drukke volksbuurt met markten. In alle straatjes vindt men kleine restaurantjes met uitheemse gerechten en dikwijls de zonderlingste benamingen. Maar zodra het avondlijk duister is gevallen, verandert Soho van aanzien. Hier huist de onderwereld van de grote wereldstad. Terwijl de eethuisjes vol zitten met gedistingeerd publiek, loeren in de portieken en de donkere hoeken van Soho misdadigers op buit. Nu de oorlogsomstandigheden het noodzakelijk maakten de straatverlichting tot het laagste minimum te beperken, kregen die lichtschuwe lieden hun kansen. Voordat de oorlog uitbrak had Soho geen beste naam, nu het oorlog was waagden de gewone mensen zich slechts in de hoofdstraten van de wijk; de donkere gangetjes en zijstraatjes vermeden ze zorgvuldig. De grote onbekende kende blijkbaar de weg uitstekend. In het vage duister van de buurt liep hij doelbewust. Hij steunde nu in het geheel niet meer op zijn stok. Die zwaaide hij af en toe vrolijk door de lucht. Hij liep nu ook rechtop. Een enkele keer als meneer X een lantaarn passeerde, die een flauwe lichtkring op het plaveisel wierp (naar boven waren alle lantaarns afgeschermd) meende Dirk, dat de man, die hij achtervolgde zelfs van meer dan gemiddelde grootte was. Eindelijk scheen de man te zijn beland op de plaats waar hij heen wilde. In een nauwe zijstraat stond hij stil voor een klein vervallen huis. Dirk stond op de hoek in de schaduw. Hij kon juist genoeg zien om vast te stellen, dat de man een sleutel uit de zak haalde en snel het huis binnentrad.
Vlug liep Dirk nu dichter op het huis aan. Binnen scheen elektrisch
151