'Graag', zei Lien, 'zeg, die vent, waar je net mee zat te praten, ken je die?'
'Jawel, ik werk op de reportage-afdeling en daar is hij ook. Iedereen noemt hem de Kreeft.'
'Oh, zit je bij die griezel? Hij komt dikwijls bij ons op de afdeling om allerlei dingen in de correspondentie na te kijken. Maar ik vind hem een echte engerd. Hij vraagt maar... vertellen doet hij nooit iets.' Merkwaardig, dacht Dirk, dat Lien eenzelfde indruk van de Kreeft heeft als ik. Het gaf hem het gevoel alsof er tussen hem en Lien een geheim bestond, dat zij alleen kenden en niemand anders. Hij besloot een beetje op de Kreeft te gaan letten.
'Zeg Lien', zei hij. 'als je vanmiddag om vijf uur naar huis gaat, wacht je dan op me? Dan lopen we samen een eindje op. Kunnen we nog een beetje gezellig kletsen. Ik ben hier vandaag voor het eerst. Misschien kun jij me een beetje wegwijs maken.' 'Graag', zei Lien, 'dan zien we mekaar wel.'
16