Tussen speurders en spionnen - Avonturen van Dirk Poldervaert

Titel
Tussen speurders en spionnen - Avonturen van Dirk Poldervaert

Jaar
1960

Druk
1960

Overig
1ed 1960

Pagina's
191



Tade had eindelijk in zijn colbertzak gevonden wat hij zocht. Hij bracht het naar de revers van zijn jasje. Vanuit de verte gezien scheen het de jongens toe, dat hij een soort bakerspeld met een kleine maar duidelijke zichtbare witte kop had opgestoken precies op de plaats waar de insnijding in de kraagomslag een hoek maakte. 'Een herkenningsteken', zei Dirk. 'Dat betekent, dat hij hier iemand gaat ontmoeten, die hij niet kent, en die hém niet kent. Wie zou dat kunnen zijn?'

'Luister nou goed, Dirk', zei Gerard, 'ik heb in de journalistiek meer met dit bijltje gehakt. Tade is op het ogenblik niet zo belangrijk. Die kunnen we altijd terugvinden. Maar de andere sinjeur, de grote onbekende, die moet een van ons in de gaten houden. Als ze straks afscheid nemen, tippel jij achter die meneer X aan; ik houd Tade wel in de lamp.'

Tade bewoog zich nu in groter kringen dan straks over het ondergrondse stationsplein. Men kon niet zeggen, dat hij door zijn houding en wijze van lopen een bepaald doel verried, maar toch was zijn ge-slenter niet meer zo doelloos als straks. Onderwijl keek hij herhaaldelijk naar de klok. Die stond op bij negenen. 'Nou moet je toch ophouden', zei Gerard plotseling, 'ik zie, ik zie, wat jij niet ziet.' 'Wat zie je dan?' vroeg Dirk.

'Zie je dat oude kereltje daarginds? Die knaap met die wandelstok...' 'Verdraaid nog aan toe', zei Dirk, 'nou zie ik het ook. De vent draagt precies zo'n witte speld. Dat is de snijboon, waarmee Tade een afspraak heeft.'

Het oude mannetje drentelde, een beetje kreupel op zijn stok leunend, naar een telefooncel. De jongens konden hem door het glas van de deur zien. Hij haalde een stukje wit papier te voorschijn, dat hij op het lessenaartje legde naast het telefoonboek. Daarop zagen ze hem een paar geldstukken in de automaat werpen en telefoneren. Het was alles heel normaal en in geen enkel opzicht opvallend. Althans voor alle mensen op het station, maar niet voor Dirk en Gerard. Want die zagen ook nog iets anders. Tade had blijkbaar plotseling ook behoefte gekregen aan een telefoongesprek. Hij stond voor de cel, waar het oude kereltje in stond, geduldig te wachten, totdat deze met zijn gesprek klaar zou zijn. Toen het mannetje de cel verliet, wipte Tade snel naar binnen. En toen zagen de jongens dat Tade het witte papiertje dat het mannetje had achtergelaten van het lessenaartje nam en in zijn zak stopte.

'Nou jij achter het kereltje aan', zei Gerard.

'Dat heeft geen haast', zei Dirk, 'kijk hij loopt ginds nog een beetje

149

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.