'Er is iets met Tade aan de hand. Zo nerveus als vandaag heb ik hem nog nooit gezien.'
Die zenuwachtigheid was Gerard ook al opgevallen. Tade kon zijn handen niet stil houden. Tijdens het gesprek schenen zijn gedachten af te dwalen. Af en toe keek hij haastig naar de deur. Later zat Gerard in het kamertje van Dirk er fluisterend over te praten.
'Die knaap heeft iets. Iets, dat er gisteren niet was. Hij was altijd een beetje het opgejaagde haasje, maar vandaag lijkt het wel een juffershondje met achtentachtig graden koorts. Het klamme zweet staat in zijn handen.'
'We moeten hem in de gaten houden', zei Dirk. Zeer tegen zijn gewoonte in, zei Tade die avond aan tafel, dat hij straks de straat op moest. Hij was bevreesd voor de bombardementen. Bij elk geluid, dat eventjes aan het geloei van een sirene deed denken, schrok hij op. Daarom bleef hij 's avonds altijd thuis. Als er luchtalarm was, rende hij als een haas naar het ondergrond-station van Swiss Cottage.
'Zo', zei Dirk, 'moetje er vanavond uit? Is ze blond of zwart?' Tade kreeg een kleur als een boei en mompelde iets van 'flauwe bemoeizucht.'
Tegen acht uur ging hij het huis uit. Ze zagen hem in de richting van het ondergrond-station Swiss Cottage slenteren. 'Er achter aan, jongen', zei Gerard, 'maar op een afstand blijven. Hij moet ons niet in de gaten krijgen.'
Het perron van het station was rommelig en druk, doordat honderden bedden uitgespreid lagen van mensen, die er die nacht wilden slapen, maar nu nog rondslenterden. Daardoor gelukte het Dirk en Gerard gemakkelijk zich schuil te houden op de plaats waar de achterste wagon zou komen te staan. Ze zagen Tade vooraan instappen. Daarop wipten ze zelf in de trein. 'Nou goed uitkijken waar hij er uit gaat', zei Dirk.
Dat bleek het geval te zijn op het station van Piccadilly Circus. Hier was het al heel gemakkelijk voor de jongens om zich voor Tade schuil te houden. Deze slenterde een beetje rond op het station. Dat viel niemand op, want omstreeks deze tijd van de dag waren er altijd mensen, die met anderen afspraken hadden gemaakt, en nu er zo vaak luchtalarm was voor alle veiligheid onder de grond op elkander wachtten.
Tade ging nu voor een uitstalkast staan. Hij stak zijn hand in de zak van zijn jasje. Hij scheen naar iets te zoeken. 'Verroest', zei Gerard, 'zie je wat die knaap doet?'
148