naar de roodgekleurde oostelijke hemel, waar miljoenen vurige lijntjes omhoog schoten. Dat moest de brandende peper zijn, dacht Dirk. Opeens klonk vlakbij een oorverdovende slag. Het geluid dreunde in Dirk's oren, zodat hij gedurende enkele ogenblikken verdoofd scheen te zijn. Hij zag mensen lopen, maar hoorde niets. Daarna herkreeg hij zijn gehoor.
'Die is vlakbij ingeslagen', riep iemand, die hard wegrende in de richting van een betonnen blokhut, die in een plantsoen was gebouwd en kennelijk voor schuilplaats diende.
Dirk's benen trilden van schrik en spanning. Wat moest hij doen? Het was te laat om ook naar de betonnen blokhut te sprinten, want plotseling scheen het alsof er een regen van stukjes ijzer uit de hemel viel. Dat was schrapnel, stukjes van granaten, die het afweergeschut op de Duitse bommenwerpers afvuurde. Nu wordt het pas echt gevaarlijk, dacht Dirk. Schuilen? Maar waar?
Hij zag een huis met een diep portiek. In twee sprongen was hij er. Zie zo, onder de beschutting van het portiek was hij veilig voor het vallende metaal. De stukjes granaat ketsten op de straat en sprongen naar alle kanten. Dirk trok zich dieper in het portiek terug, en school een beetje weg achter een rondgemetseld muurtje. Daar kon hij wachten totdat het ergste gevaar voorbij was, dacht hij. Nauwelijks stond hij daar of hij hoorde een gierend geluid vlakbij. Hij had nog tijd om één seconde te denken: 'Dat is een bom, die recht
124