«awn««'» tymammnmmamumvm I Wil» W
Een van de jongens van Dirk's leeftijd was John Philipps. Hij werkte op een fabriek, waar onderdelen voor de vliegtuigbouw werden vervaardigd.
'Als ik over twee jaar de kans krijg, ga ik bij de Air Force', zei hij, 'ik wil jachtvlieger worden.'
Dirk keek hem vol bewondering aan. Jachtvlieger, als je dat wilde worden, moest je van het goede hout gesneden zijn. In afwachting van dat tijdstip probeerde John een goed soldaat in de Burgerwacht te zijn. Op een avond vroeg John hem of hij zin had mee naar huis te gaan. Een kop thee drinken. Zijn vader en moeder wilden graag met de Dutchman, waarvan hun zoon zoveel verteld had, kennis maken. Het was een eenvoudig huis in Oost Londen, naar Dirk's Nederlandse begrippen wel wat erg aan de nauwe kant. Het stond in een straat, waar alle huizen er eender uitzagen.
'Ze krijgen het oude Engeland er nooit onder', zei John's vader heel simpel. 'We rekenen er op, dat de Duitsers dezer dagen zullen beginnen Londen te bombarderen. Maar we hebben onze maatregelen reeds genomen.'
Hij zei eigenlijk niet: de Duitsers, maar: Jerry. 'Kijk', zei hij, 'Jerry denkt, dat hij door Londen plat te gooien ons op de knieën kan krijgen. Voor tien miljoen mensen kun je toch geen schuilkelders bouwen? Maar we hebben ze al.' Dirk keek hem vragend aan.
'Ga maar mee', zei John's vader.
Ze gingen het huis uit, en een paar straten verder doken ze in het station van de ondergrondse spoorweg. 'De perrons liggen veertig meter diep', zei John's vader. Op die perrons hadden duizenden mensen het zich gemakkelijk gemaakt. Ze hadden veldbedden uitgelegd. De kinderen lagen rustig te slapen. Af en toe denderde een ondergrondse trein het station binnen. Maar de slapenden waren blijkbaar al aan het geluid gewend. Helpers sjouwden met grote ketels thee en belegde boterhammen. 'Jerry kan straks de hele stad in puin gooien... de Londenaars zitten veilig.'
Het viel Dirk op met hoeveel warmte iedereen hem begroette, toen John's vader had verteld, dat hij uit Nederland kwam. 'Don't worry', riepen ze, 'good old Winnie zal ons helpen Jerry knock out te slaan.'
Good old Winnie. Dat was Winston Churchill. Na de inval van de Duitsers in Denemarken en Noorwegen en na de verovering door Hitier van de lage landen aan de zee, was de ster van Winston snel gestegen. Jarenlang had hij gewaarschuwd voor het gevaar, dat hij zag
122