״Ooooooooooooooooohhhhh" ioept iedereen, ... en meteen gaat de ballon statig omhoog. Het is een enig gezicht en een paar honderd meter boven het terrein, rolt er een lange lap uit de mand, waarop het ledental geschilderd staat. Het geheime ledental, dat niemand mocht weten, vanwege het ameublement... maar Frans Beekman, de voorzitter van de Jubileumcommissie, heeft pas verteld hoe groot het ledental nu is, dus we behoeven onze ogen helemaal niet zeer te doen om te lezen wat er op die lap staat. Ruim twee honderd en dertig duizend leden!
„Weet je nog", zeg ik tegen Kee, „vijf en twintig jaar geleden zijn we met niks begonnen."
Veel mensen staan nu op om maar een beetje te gaan lopen en wij met onze privé-optocht sluiten ons bij die grote stoet aan; er zijn heel wat lui, die al vast in de richting van hun autobus gaan wandelen want als je in het Noorden woont heb je nog een hele ruk voor de borst voor je thuis bent en morgen is het weer een werkdag.
En vlak bij de uitgang komen we zowaar Jan en Doortje tegen. Samen!
„Ook toevallig", denk ik weer, maar ik zeg natuurlijk geen stom woord. Trouwens niemand zegt iets, omdat ik vermoed, dat iedereen er het zijne of het hare van denkt en dat zal wel precies hetzelfde zijn als ik denk: „Ook toevallig."
Jan en Doortje doen een beetje confuus, omdat niemand vraagt waar ze vandaan komen en of ze misschien naar ons hebben lopen zoeken of zo.
We staan elkander zo een beetje aan te gapen, Jan en Doortje aan de ene kant en de hele club aan de andere kant, totdat Kee plotseling zegt:
„Sakkeloot... zeg dan toch eens wat tegen die kinderen, jullie bent ook jong geweest",
... en als je het mij vraagt, is dat de onhandigste opmerking, die Kee ooit over haar lippen heeft laten komen, want Doortje krijgt een kleur als vuur en Jan bromt iets, dat ik niet kan verstaan. Dat is nou Kee, die altijd van zich zelf vindt, dat ze nooit een ontactisch woord laat vallen en ik houd het er voor, dat ze nog erger in de war is dan die twee kinderen samen, en dat ze in haar verbouwereerdheid maar
197