Dr. WILLEM DE VLUGT 299
״Wethouders en den Raad, kan dus het College zich in het politieke debat — gesteld het is noodzakelijk — geen partij stellen, ״maar bepaalt dit debat zich en moet het zich bepalen tussen de ״verschillende groepen van den Raad onderling." Iemand, die het College van Burgemeester en Wethouders en den Gemeenteraad zijn wil oplegt, is een Burgemeester derhalve niet; hij is slechts representant, hoogstens kan hij trachten anderen te overtuigen van de onjuistheid van hun mening en hun gedachten in een andere richting te stuwen. Een duidelijk inzicht in deze verhoudingen is nodig om zich een goed begrip te kunnen vormen van de positie, waarin Burgemeester De Vlugt als vertegenwoordiger van de hoofdstad heeft verkeerd.
Het kan wellicht den schijn gehad hebben, dat vooral gedurende de eerste jaren van zijn ambtsperiode deze Burgemeester volgens tegenstanders der Sociaal-Democratische Arbeiderspartij teveel concessies aan deze politieke richting gedaan heeft, de werkelijkheid is anders geweest. Ten eerste had hij geen concessies te doen, doch slechts te zorgen voor de uitvoering der Raadsbesluiten. Ten tweede is hij wel degelijk als een rem opgetreden, daar waar zulks zijns inziens nodig en mogelijk was. En ten derde was hij de altijd gaarne geziene adviseur in het College, die tot geen enkelen prijs afstand zou gedaan hebben van zijn recht tot mede-besturen, gesteld dat er enige kans geweest was, dat het die richting zou zijn uitgegaan.
Het ligt voor de hand, dat een betekenisvolle figuur van een Wibaut een tijdlang dreigde den Burgemeester naar buiten te overschaduwen. Maar bekend is anderzijds, dat geen enkele voordracht van het College van Burgemeester en Wethouders den Raad bereikt heeft, of van onderdeel tot onderdeel was deze door den Burgemeester mede-voorbereid op een dusdanige wijze, dat de leiding van deze voorbereiding steeds bij hem berustte. Er is nimmer een Wethouder geweest, die niet in hoge mate