Dr. WILLEM DE VLUGT 298
Voor wij evenwel de vraag behandelen, hoe de burgerij Burgemeester De Vlugt ziet, willen we trachten hem in zijn ,,groei" te schetsen.
Ontmoet het beoordelen van de betekenis van een Burgemeester voor een bepaald tijdperk der geschiedenis van een stad altijd moeilijkheden, zeker is dit het geval in een periode, waarin zich grote politieke wijzigingen voltrekken. Nimmer zal men uit het oog mogen verliezen, dat de Burgemeester nooit een stadsbestuurder is in den zin van een dictator of een city-manager. De Gemeentewet schrijft hem in dit opzicht duidelijk zijn taak en verplichtingen voor. Hij is vertegenwoordiger van de gemeente en heeft een raadgevende stem als voorzitter van den Gemeenteraad. Met de wethouders vormt hij het dagelijks bestuur, is hij de vertegenwoordiger van den Raad, die op zijn beurt weer krachtens zijn samenstelling de mening van de burgerij zal moeten uitdrukken. Zelf heeft Burgemeester De Vlugt in een vergadering van den Gemeenteraad het eens aldus gezegd:
„De Raad is de Staten-Generaal niet en het College van Burge-,,meester en Wethouders is niet te vergelijken met een kabinet. „De Raad is een besturend lichaam, dat zelf een aantal leden uit „zijn midden aanwijst om, onder meer, zijn besluiten voor te „bereiden en uit te voeren. Men maakt vaak de onderscheiding: „achter en vóór de groene tafel zitten. Doch men vergete niet, „dat elk lid vóór de groene tafel óók er achter zit! Geldt voor de „hoge Regering de eis der homogeniteit en steunt deze op de „meerderheid in de Volksvertegenwoordiging, van een College „van Burgemeester en Wethouders gold het stééds als van goed „beleid te getuigen, de samenstelling in het algemeen op zulk een „wijze te doen, dat daarin een afspiegeling van den Raad wordt „teruggevonden.
„Homogeniteit is hier derhalve geen redelijke eis. Daarom juist „is er geen tegenstelling tussen het College van Burgemeester en