Dr. WILLEM DE VLUGT 294
,,beginsel. Met elkander leverden we het voorbeeld, hoe tussen ,,twee mensen met groot beginselverschil de allerbeste samenwerking bij het dienen van het gemeentebelang mogelijk was."
*
Waar moeten we de oorzaak van dezen ommezwaai, van deze wijziging in de waardering, zoeken ? Het lijkt ons billijk, dat we eerst het woord aan den Burgemeester zelf laten, mede omdat we in zijn houding een aanwijzing vinden voor deze veranderde mening. Mén veroorlove ons derhalve nog twee, zij het korte citaten, om dan daarna onze beschouwing voort te zetten. In zijn eerste toespraak als Burgemeester tot den Raad had de heer De Vlugt in antwoord op de begroetingsrede van den heer Wibaut o.m. gezegd — en het klonk als een beginselverklaring: ,,En dan gingen schier immer mijne gedachten terug naar den ,,eenvoudigen huiselijken kring, waarin ik het voorrecht had te „verkeren, terug naar mijn, helaas, ontslapen Ouders, aan wie ik „ook dankte de allengs groeiende en later vaste overtuiging, dat, „onverschillig voor welke taak, steunen op den rietstaf van eigen „kracht niet dan tot grote teleurstelling moet leiden en alleen „vertrouwen op Gods hulp vasten grond onder de voeten geeft. „Het is aan die overtuiging in de eerste plaats, dat ik vrijmoedig-„heid tot mijn besluit ontleende....
„... .Ontkend kan niet, dat Amsterdam in de laatste zes jaren ״moeilijke tijden heeft doorgemaakt en nog doormaakt. Verplichtte de volkerenkrijg het Gemeentebestuur tot het treffen ״van een reeks van uiterst kostbare voorzieningen, ook het tijdsverloop sinds den wapenstilstand en den vrede bracht niet het ״soelaas, waarop zoo menigeen gehoopt had. Daarbij komt de ״grote stilstand in zaken als wij thans aanschouwen, de ongunstige conjunctuur voor scheepvaart, handel en industrie, waar-״van de gevolgen ieder van ons met zorg vervullen. ״Intussen — hem die in dezen tijd geroepen wordt tot het zo