Dr. WILLEM DE VLUGT 293
״brengen, zodat er tenslotte toch niet behoeft te worden ge-״stemd. En mocht er dan soms nog iemand zijn, die niet overtuigd is, dan berust hij meestal, in de overtuiging, dat alleen de ״liefde voor Amsterdam en het belang der bevolking 's burgemeesters houding bepaalt.
״En wanneer in den Raad soms de politieke debatten te hoog
״lopen, dan beschikt de Burgemeester nog over zijn gevreesden
״kwinkslag, waarmede hij in zulke ogenblikken van spanning de
״zo nodige ontspanning weet te brengen.
״Zulk een leider van College en Raad is voor Amsterdam een
״zegen."
Thans een geheel ander geluid dus dan in 1921 en in 1925. Thans volkómen waardering.
#
En wanneer we tenslotte nóg een citaat mogen geven, dan herinneren wij opnieuw aan enige woorden van Wethouder Wibaut, welke hij schreef aan het eind van zijn leven. De heer Wibaut deelt in ״Levensbouw", waarin hij zijn mémoires geeft, mede, bij zijn uittreden uit de politiek, ten huize van den Burgemeester persoonlijk van den heer De Vlugt afscheid genomen te hebben. En dan schrijft hij:
״We zeiden elkander daar woorden van grote waardering, volstrekt onvermengd met enige vleierij. Geen lettergreep, die ״niet ten volle gemeend was. Zo was tussen Burgemeester ״Dr. W. de Vlugt en mij altijd de verhouding. ״We kenden van elkander het diepe verschil in beginsel. Ook ״op een aantal punten een verschil in de opvatting van de taak ״van gemeentebeheer. Maar we kenden ook van elkander en ״leerden die eiken dag nog beter kennen, den wil om het belang ״van Amsterdam te dienen. Zo kwam het, dat tussen hem en mij ״nooit een conflict is ontstaan. Zelfs nooit een ernstig verschil. ״Behalve somtijds als dit voortspruiten moest uit verschillend