Dr. WILLEM DE VLUGT 286
Het wekte verwondering, dat onder een constellatie van de burgerij, waarin 't Protestantse deel zeker niet in de meerderheid was, een Anti-revolutionnair tot Burgemeester benoemd werd, bij sommigen zelfs wrevel. Den Sociaal-Democraten en den Communisten was deze benoeming allerminst naar den zin. Vriendelijk was de ontvangst, vooral van hun zijde, niet. En de Liberalen en Vrijzinnig Democraten deelden in dit opzicht hun mening. Wel had men gedurende een drietal jaren de prettige karaktereigenschappen en de bekwaamheden van den Wethouder voor de Publieke Werken De Vlugt leren waarderen en had men in hem sinds 1915 een uitnemend mede-Raadslid gevonden, maar het ambt van Burgemeester had men hem niet toegedacht, daarvoor had hij een te uitgesproken politieke overtuiging. Zodat het geenszins behoeft te bevreemden, dat de aanhef van de rede, waarmede De Vlugt tot Burgemeester werd geïnstalleerd, aldus luidde: ,,Mijnheer de Burgemeester,
Amsterdam begroet in u zijn nieuwen heer en de Gemeenteraad zijn nieuwen voorzitter!
De Gemeenteraad heeft u tweemaal achtereenvolgens tot Wethouder gekozen. Gesteld, dat onze staatsinrichting het mogelijk maakte, dan ware het niet uitgesloten geweest, dat de Raad u eens tot zijn voorzitter had kunnen kiezen. Maar tot Burgemeester, gesteld al weder, dat onze staatsinrichting het mogelijk maakte, zou deze Raad u niet hebben gekozen. Want gij zijt de uitgesproken en sterk principiële vertegenwoordiger van een geestesrichting, die er zeer ver van verwijderd is in Amsterdam de heersende te zijn.
Gij moet, vóór uwe bereidverklaring, want gij zijt geen lichtzinnig man, u rekenschap hebben gegeven, van de niet gewone eisen, die de vervulling van het ambt, dus in het bijzonder aan u zal stellen: Eisen van diepgaand begrijpen, van veel wat u niet eigen is, eisen van door Wijsheid ingegeven aanpassen aan