,2TJZ J. W. C. TELLEGEN
in de tijden der hevigste ontbering de oude staatsinstellingen in ere had doen blijven, werd vervangen door ingewikkelder mechanismen.
De voedselvoorziening voor de Nederlandse bevolking en dus ook voor Amsterdam was, nu de schepen weer varen konden, spoedig weer als vanouds. Het herstel van de geleden oorlogsschade veroorzaakte grote bedrijvigheid, ondanks de tienduizenden gedemobiliseerden, die om opneming in het productieproces vroegen. Maar nooit zou de wereld weer worden als zij voor 1914 geweest was.
Drie jaar heeft burgemeester Tellegen den vrede overleefd. Zijn gezondheid, reeds wankel in de laatste maanden van oorlog, kreeg geen tijd om zich te herstellen. Toen hij, ziek, in een hotel in Parijs vertoefde, trof het, dat zeer toevallig in dat zelfde hotel de Amsterdamse wethouder W. de Vlugt verblijf hield. De zieke burgemeester sprak optimistisch van zijn herstellende gezondheid, de wethouder zag echter een doodzieken man, wiens dagen geteld schenen. Een bootreis naar Genua, die hij maakte om zijn zwakke krachten te versterken, mocht niet meer baten. Schoon de stad de tijding van zijn heengaan verwachtte, gaf het toch een schok, toen op Zaterdag ióApril 1921 het bericht kwam, dat burgemeester Teilegen was gestorven. Uit alle kringen der burgerij stroomden het gemeentebestuur de betuigingen van deelneming toe. Van den handel, de industrie, de verschillende organisaties, die de bevordering van den woningbouw tot doel hadden, van arbeidersorganisaties, uit alle delen van het Rijk — wanneer ooit gezegd mocht worden, dat een stad rouwde om het heengaan van zijn eersten burger, dan was dit het geval, toen burgemeester Teilegen voor eeuwig de ogen sloot; het blad, dat hem tijdens zijn leven had verguisd, zijn eer had belasterd en zijn eerlijkheid had aangevochten,
noemde hem bij zijn heengaan een onkreukbaar magistraat.
*