J. W. C. TELLEGEN 273
was niet uitgesproken in Amsterdam, maar in het Rotterdamse verkooplokaal — vandaar dat we ze slechts terloops aanstippen. Toch verïwekten ze ook in Amsterdam deining; optochten en grote vergaderingen brachten de stad in beroering. Buiten onze landsgrenzen marcheerde de geschiedenis in stormpas naar een onbekende toekomst. Rusland was sinds October 1917 in handen der bolsjewiki, in Duitsland schenen de machten van het verleden te zijn geweken voor de uit de loopgraven terugkerende legers.
Nederland, niet zoals andere landen met een ontzaglijke bloedschuld beladen, bereidde zich voor op den terugkeer naar normaler tijden. Gedurende den oorlog was de woningbouw aanvankelijk geheel tot stilstand gekomen, later slechts in beperkten omvang voortgezet. Woningnood teisterde de bevolking, want gedurende den oorlog waren duizenden van het platteland naar de steden getrokken, gezwegen nog van de vluchtelingen, die zich metterwoon in Nederland hadden gevestigd. De huurprijzen stegen, bij de aanvaarding van nieuwe woningen moest sleutel-geld betaald worden, nieuwe zorgen voor de overheid, die met woningverordeningen en huurcommissiewetten aan de ergste misbruiken trachtte paal en perk te stellen en verder in versneld tempo den woningbouw hervatte. Zo snel als de zedelijke ontaarding in den oorlog om zich heen had gegrepen, zo langzaam ging het herstel. Een bandeloze en tuchteloze jeugd groeide op, groot gebracht in oorlogstijd, opgevoed met verhalen van slimme oorlogswinstmakers, die door tomeloze exploitatie van de zelfzucht zich rijk hadden gestolen, met verhalen van spionnage, smokkelen en zwendel met distributiebonnen. Terwijl in een aantal landen de nood der oorlogsjaren bleef (want het vredesverdrag van Versailles bracht de wereld alles, behalve den vrede) stortte een deel van het luchtig en vluchtig getimmerte der overheidsbemoeiingen ineen; het onmiddellijke contact tussen volksmassa's en volksvertegenwoordiging, dat
Twaalf Burgemeesters 18