,2TJZ J. W. C. TELLEGEN
kelijke verlossing te brengen uit voedselnood en ontbering, begrijpelijker ware geweest. Slechts bij enkele uiterste groepen, aan beide zijden van het politieke leven, wekten de overheidsbemoeiingen afkeuring van de democratische instellingen. Eiste een kleine, maar in het economisch leven zeer invloedrijke groep de regering van ,,een sterken man", die alle moderne instituten terzijde zou stellen en bij de gratie van het gezonde verstand zou regeren, aan de andere zijde was er een grotere roerige vleugel, die stelselmatig het vertrouwen in de integriteit der Overheidsdienaren ondermijnde en, gebruik makende van de benarde omstandigheden, anti-parlementaire leuzen uit het einde
van de vorige eeuw propageerde.
*
De lente van het jaar 1916 bracht groten nood binnen de Nederlandse grenzen. De grote arbeidersorganisaties, zo confessionele als socialistische, congresseerden en demonstreerden; een golf van ontevredenheid sloeg over de Nederlandse bevolking. Onder den drang der ontevredenheid bereidde de regering een uitbreiding van het systeem der distributie-maatregelen voor. De gemeenten zouden moeten bijdragen in de kosten — ongeveer 20 millioen gulden — maar enkele gemeentebesturen, waaronder het Amsterdamse, weigerden; de algemene zorg voor de levensmiddelenvoorziening, zo betoogden zij, was rijkszorg. De maatregelen tot inventarisatie der voedselvoorraden werden uitgebreid. In de buurten, waar de moderne woningbouw nog niet was doorgedrongen, in de straten waar de krotten stonden, die, ware de oorlog niet tussenbeide gekomen, reeds onder de mokerslagen van den sloper zouden zijn gevallen, groeide de onrust. Optochten van vrouwen trokken naar het stadhuis; zij voerden doeken mede; één opschrift luidde: ,,Met vrouwenkiesrecht vullen we niet de magen van onze kinderen". De verguizing van burgemeester Tellegen en wethouder Wibaut steeg tot zinneloze