J. W. C. TELLEGEN 267
van de gevaarvolle tochten op de door drijvende mijnen en sluipende duikboten onveilig geworden zeeën. De Entente voerde tegen de Centrale mogendheden een meedogenloze uithongeringstactiek; Duitsland was een reusachtige belegerde vesting, die slechts door het gat in het Westen — Nederland — voorraden kon binnenkrijgen. Stegen door de hoge aanbiedingen der Duitse inkoopcentrales in Nederland de prijzen der eenvoudigste voedingsmiddelen met snelle sprongen, werden voor Indische artikelen als thee en koffie ongekende bedragen betaald — anderzijds oefende Engeland op de Nederlandse scheepvaart een schier ondragelijken druk uit, ten einde te beletten, dat de overschotten der Nederlandse voorraden naar het Oosten zouden gaan. Al was dan ook Nederland niet direct in den wereldoorlog betrokken, toch werd een deel van den strijd uitgevochten op den rug der Nederlandse bevolking, die meer moest ontberen dan strikt genomen noodzakelijk ware geweest. De volksverontwaardiging richtte zich dan, niet altijd terecht, tegen de exponenten van de overheidsbemoeiingen: minister Posthuma, Treub en anderen. De grote rol, die de overheid, het ministerie, het parlement, de lagere organen van provinciaal en gemeentelijk bestuur, speelden in het leven van allen dag, veroorzaakte een ongekende opleving van de belangstelling voor den politiek en strijd; de snelheid, waarmede de wetgevende organen wisten te werken (had minister Treub geen records van snellen wetgevenden arbeid geleverd?), de kracht waarmee het gezag zich, als het nodig was, kon doen gelden, het onmiddellijke contact dat er verder bestond tussen het spontane politieke leven der bevolking én de volksvertegenwoordiging, waar interpellaties, parlementaire vragen en voorstellen de snelle weerspiegeling vormden van alles wat er in de bevolking woelde en gistte — dat alles deed in de ogen van de overgrote meerderheid der Nederlanders de betekenis der politieke democratie stijgen, in stede van dalen, zoals, bij het onvermogen der overheid om daadwer