,2TJZ J. W. C. TELLEGEN
en stadsbestuur, die elkander aanvankelijk hadden bestreden, naast elkander; van heinde en verre kreeg Amsterdam uit het land de noodzakelijke melkleveranties toegevoerd, totdat deze oorlog eindigde met.. .. een compromis. De prijs werd op tien cents vastgesteld, maar de aanvoer werd al spoedig zo groot, dat zij onder dat bedrag daalde.
#
De melkoorlog en dit optreden van de stadsregering was symptomatisch voor de veranderde positie van de stedelijke overheid. Gold in vroeger eeuwen bij dreigend oorlogsgevaar de eerste zorg van het stadsbestuur de militaire verdediging, omdat in het algemene verband, iedere stad voor zijn eigen defensie had te waken — in de ernstige oorlogsdreiging, die Amsterdam beleefde, was het stadsbestuur van de zorg voor de militaire verdediging ontheven. De landsregering organiseerde de defensie; met de problemen, die de stelling Amsterdam aan de legerleiding stelde, had het Amsterdamse gemeentebestuur slechts zijdelings te maken. Maar meer dan in vroeger eeuwen werd de gemeente de huismoeder der gemeentenaren. De Centrale Keuken verrees, waar tienduizenden gemeentenaren in tijden van den ergsten voedselnood hun pannetje bruine bonensoep, stamppot of wat de pot schafte, konden halen. De gemeente regelde — of trachtte binnen het raam der gegeven mogelijkheden zoveel mogelijk te regelen — het gebruik van het beschikbare voedsel. In het aangezicht van de dreigende gevaren aanvaardde iedereen het ingrijpen van de overheid in het economisch leven. Een luchtig en vluchtig getimmerte van overheidsbemoeiing ontstond, dat zo goed als het lukte, de bevolking moest beschermen tegen de gevolgen van den oorlog, die buiten de landsgrenzen woedde, maar Nederland van zijn belangrijkste voedingsbronnen afsneed. De zee-oorlog vernietigde duizenden tonnen aan scheeps-ruimte,maar, erger, hij hield ook de schepen der neutralen terug