242 S. A. VEN ING MEI NES Z
mocht worden geacht met dezen man aan het roer. Men wende aan zijn grote vormelijkheid, men schonk geloof aan hen, die van nabij konden vaststellen, dat achter dit stroeve, starre masker een werkelijk goed mens school, trouwhartig en oprecht. Gaarne vergaf men hem, dat hij de kunst niet verstond van zich bekend en bemind te maken.
Voor het volk was Vening Meinesz een deel der stad geworden. Hij hoorde bij Amsterdam met heel zijn verschijning. Ofschoon men hem als mens nauwelijks kende, had hij ontzag door zijn uiterlijke persoonlijkheid, die respect afdwong. Met zekeren trots kon een Amsterdammer hem aan zijn vriend van buiten wijzen en zeggen: ,,Daar gaat Vening Meinesz, onze Burgemeester." Hij mocht dan met heimelijke voldoening vaststellen, hoe de figuur van den Amsterdamsen magistraat imponeerde. En wandelend in de Bocht zou hij stellig een ogenblik voor een huis blijven staan met de mededeling: ,,En hier woont de Burgemeester." Het huis Heerengracht 456 bezat trouwens een Burgemeesterstraditie. Gebouwd in 1671 door den machtigen Burgemeester Joan Corver, die er in 1716 overleed, woonde hier van 1867 tot zijn dood in 1882 Burgemeester den Tex en was vanuit dit huis Vening Meinesz met diens dochter getrouwd, een huwelijk, waarvan de Amsterdammers wisten, dat het een voorbeeld was van echtelijk geluk.
Politiek stond Vening Meinesz meestal scherp tegenover de nieuwe denkbeelden van zijn tijd, welker juistheid hij in twijfel trok. Toch was hij steeds bereid, wanneer men hem van het practisch nut van sociale hervormingsmaatregelen overtuigd had, aan de uitvoering krachtig mede te werken. Dit verklaart ook hoe hij met den zeer vooruitstrevenden Wethouder Treub, wiens inzichten hij stellig niet deelde, zo vruchtbaar heeft kunnen samenwerken. Beiden stond het belang der stad, het algemeen nut, als hoogste goed voor ogen en dit bracht hen na veel meningsverschil toch telkens tot elkaar. Niemand heeft