213 WILLEM DANIËL CRAMER
't Is roemrijk over de ijz'ren banen Waar spoorslag noodig is noch zweep Te rollen door 't verbaasd Polanen Met onafzienb'ren wagensleep, Van 't Y naar Haarlems wal te stoomen Als waar de tijd teruggekomen, Toen langs de barre Noordzeestroomen Aan Scheveningen's oeverzand Prins Maurits met des Vlamings wagen, Op vleug'len van den wind gedragen, Vooruitstoof langs 't verwonderd strand.
Maar Simon Stevins vermaarde zeilwagen hadden de Amsterdammers niet gekend. Voor hen was de snelheid van den spoortrein zo adembenemend, dat de overheid der stad in overeenstemming met de stedelijke regering van Haarlem, den eis stelde, dat te Halfweg, waar het spoor den weg raakte, een schutting langs de baan werd geplaatst, om ״het ijzige der passagie" te verminderen.
#
De eerste Amsterdamse Burgemeester, die zijn tol aan de snelheid betaalde en met den spoortrein reisde, was Mr.Willem Daniël Cramer, sinds 1836 hoofd van het stadsbestuur. Hij behoorde niet meer tot de burgemeestersfamiliën, die voor 1795 te Amsterdam regeerden. In zijn geslacht had slechts één van het oude regentendom deel uitgemaakt: Hendrik Willem Cramer Jan Ludolfsz., die van 1787 tot het jaar der Bataafse Vrijheid in de Vroedschap zitting had. De betekenis van het Amsterdamse burgemeestersambt was trouwens wel grondig veranderd.
Na het herstel der onafhankelijkheid in 1813 was Amsterdam wel officieel als hoofdstad erkend, maar het had in feite opgehouden hoofdstad te zijn. Uit de revolutie van 1795 was met de