WILLEM JfOSEPH VAN BRIENEN VAN DE GROOTE LINDT 202
ze nauwelijks bekend mochten worden. Het heldendom in die dagen werd uit duizend kleine voorvallen opgebouwd. Een storm woei over de wereld; door den loop der gebeurtenissen was Nederland bijna in het centrum van den orkaan terecht gekomen. Het grootste deel van het Nederlandse volk onderging de woedende elementen met lijdzaam geduld; de nood steeg onrustbarend, armoede en kommernis heerste alom. Terwijl enkelen reeds in stilte den ommekeer van het bestaande voorbereidden, waren anderen, zoals van Brienen, door het lot geplaatst op een post, die van hun bedachtzame standvastigheid de grootste inspanning vergde. Zeker geloofde ook van Brienen, dat de dagen van Napoleon geteld waren, maar hém was het niet toegestaan om in daden van dat geloof blijk te geven. Hij stond aan het roer van het oude Amsterdamse koggeschip, een van de lange jaren zozeer teruggestoten Katholieken, en hij had tot taak om de hulk gaaf en den moed der bemanning ongeschonden te bewaren, opdat, wanneer eens de stormen uitgewoed zouden zijn, het hoofdstedelijke schip door kalmer wateren naar nieuwen voorspoed zou kunnen stevenen. Al de jaren van zijn bewind was het van Brienen gelukt om die taak te vervullen.
Toen kwam in Januari 1813 het besluit van den Keizer om een Garde d'honneur in te stellen.
#
De val van Napoleon was aanstaande.
Het verzet in de landen, oostwaarts van Frankrijk gelegen, groeide eiken dag. In Frankrijk zelf was de lust om aan de veldtochten deel te nemen, vooral onder de edellieden, lager gedaald dan ooit. De vervulling van Napoleon's ouden wens om den Fransen adel, althans de jeugd, tot de voorhoede van zijn legerscharen te maken, stuitte af op de door de wet geoorloofde vervanging van lotelingen door rempla^anten, die tegen betaling dienst namen.