WILLEM JfOSEPH VAN BRIENEN VAN DE GROOTE LINDT 201
Eind September 1811 bezocht Napoleon Amsterdam; de uitnodiging was hem door van Brienen persoonlijk overgebracht. Vijf en twintig honderd man ere-escorte vergezelden den Keizer. Schitterend was de ontvangst; aan den ingang van de stad, bij den Oeterwalenweg, bood een delegatie van het stadsbestuur den Keizer de sleutels van de stad aan; van Brienen overhandigde deze symbolische voorwerpen. Napoleon trok Amsterdam binnen. Met feesten, vuurwerken, met toneelvoorstellingen (in het gebouw Felix Meritis aan de Keizersgracht, waar mevrouw Wattier Ziesenis, de grote rol van haar carrière speelde) met veel vertoon van publieke vreugde, werd Napoleon's verblijf in Amsterdam gevierd. De derde stad des rijks trachtte zich haar plaats waardig te tonen. De gemeenteraad besloot voortaan den Dam te noemen: Plein Napoleon en de kade langs het Y: de Gracht Maria Louisa.
Met de diplomatische listigheid, die van Brienen reeds in vroegere conflicten, wanneer het welzijn der stad op het spel stond, kenmerkte, wist hij de aanwezigheid van Napoleon te gebruiken om tal van nadelige besluiten, die hij vreesde, te voorkomen of ongedaan te maken. Een groot plan, om een kazerne te bouwen, dat de stad vele duizenden guldens zou hebben gekost, wist hij te verijdelen, door met veel slimheid den Keizer langs een anderen weg te leiden, zodat de officieren, die het plan wilden bespreken, geen kans kregen om tot Napoleon toegelaten te worden. Een ander besluit — in onze ogen onbelangrijk schijnende — om de nacht- of ratelwachten af te schaffen, had hij bij den Keizer niet ongedaan weten te maken, maar door een vernuftige uitlegging van verordening en wetsartikel, wist de burgemeester met besparing van kosten, toch het zeker in die onrustige tijden, noodzakelijk toezicht gedurende de nachtelijke uren in stand te houden.
Voorzeker, tot de fantasie spreken de daden van Willem Joseph van Brienen ook nu nog niet, hoeveel minder deden zij dat, toen