WILLEM JfOSEPH VAN BRIENEN VAN DE GROOTE LINDT 214
doen marcheren naar een Toekomst-Zonder-Vrees — het geloof, dat, wanneer eenmaal zulk een continentale band, hetzij goedschiks hetzij kwaadschiks, tussen de volkeren was geklonken en wanneer Amerika in dien Bond der Broederschap ware opgenomen, het kwaadwillige Engeland wel gedwongen zou worden om te volgen — dat geloof bezielde de legers en de aanvoerders, de staatslieden en de bezittende burgers, maar ook de bezitloze bewoners der achterbuurten. Het oude moest sterven; zijn dood zou tegelijkertijd de geboorte zijn van het nieuwe. Geen wonder dus, dat, toen de doorbraak der Franse beginselen werkelijkheid was geworden en de Vrijheidsboom op den Dam stond, zichtbaar voor aller oog, de volksvreugde zich baanbrak met elementair geweld en dat toen illusies werden geboren, zo groot en zo fantastisch,
dat de teleurstellingen in later jaren niet konden uitblijven.
*
Willem Joseph van Brienen, Baron Heer van de Groote Lindt, Dortsmond en Stadt, werd geboren op 31 December 1760. Vijf en dertig jaar was van Brienen, toen de uit Frankrijk naar deze gewesten gedragen beginselen het uur van het vrije staatsburgerschap voor de Katholieken deed slaan. Voortaan zou het vrijheid, gelijkheid en broederschap zijn, ook voor de kinderen van de Heilige Moederkerk!
Zijn vader was een koopman van voorname huize; toen deze in 1778 stierf, erfde de zoon de heerlijkheid ,,de Groote Lindt", die bezit was geweest van zijn grootvader van moederszijde. Van zijn vader nam hij ook over het leiderschap van het grote Amsterdamse handelshuis Willem van Brienen en Zoon. Wat de wet hem had verboden te zijn voor de gehele volksgemeenschap, een hulp en toeverlaat, dat was Willem Joseph van Brienen in dubbele mate geworden voor de gemeenschap der Katholieken in Amsterdam. De gelijkstelling van 1795 bracht hem niet onmiddellijk in het openbare gemeentelijke leven. Hij bezat een