WILLEM JfOSEPH VAN BRIENEN VAN DE GROOTE LINDT 189
heten van zo menige bevolkingsgroep, den steen gelijk, die door
de bouwers verworpen, tot hoeksteen van den tempel werd.
#
Toen, in navolging van het Franse voorbeeld, de Bataafse Republiek besliste, dat alle burgers gelijk zouden zijn, hieven de Nederlandse Katholieken zich op, want met dat besluit was de staat der ambts-onbevoegdheid voor hen opgeheven. Voortaan zouden zij verkiesbaar zijn voor openbare ambten, de gemeenschapszin van hun beste zonen zou zich in zijn uitingen niet behoeven te beperken tot het werk binnen de eigen kerkelijke gemeente.
Het Franse volk had de eeuwenoude macht van adel en geestelijkheid gebroken; de burgerij, die zich te lang gescheiden voelde van de heerschappij in den staat, had in een moedigen aanval de oude burchten bestormd en geslecht. De koele ontledende verhandelingen der rationalisten was de mare der veroveringen vooruitgesneld; in alle landen van Europa vonden de denkbeelden van Rousseau, Voltaire, Montesquieu een willigen klankbodem; de critiek der jeugd op het bestaande, dat eerst verdwijnen moest, wilde er plaats komen voor het nieuwe, was de eigenlijke voorhoede der Franse legers, die, jaren later, onder leiding van het militaire en staatkundige genie Napoleon, over de wereld zouden trekken. Schoon de groei der maatschappelijke vormen in deze gewesten in een ander tempo was geschied dan in Frankrijk, dreef het voorbeeld der Parij zenaars ook hier tot een sneller ontwikkeling.
Het geloof, dat op de ruïne van de oude, een nieuwe wereld zou verrijzen, bedacht door koele denkers, geleid door knappe mannen, die slechts de Rede als leidsvrouwe zouden nemen; een wereld, waarin alle mensenkinderen gelukkig, vrij en vredig naast elkander zouden leven — het geloof, dat een nauwe politieke samenwerking van alle landen op het continent de volkeren zou