VIII
WILLEM JOSEPH VAN BRIENEN VAN DE GROOTE LINDT
AMSTERDAM, DERDE STAD VAN FRANKRIJK
IJ was van moederszijde telg uit een Gelders adellijk geslacht; zijn voorvaderen waren van ouder op ouder Rooms Katholiek; hij zelf was zeer begaafd, rijk met aardse goederen gezegend, vervuld van een hoog plichtsgevoel en om zijn geloof verstoken van het recht om enige openbaar ambt te bekleden.
Dat recht gaf hem pas de zegepraal der Franse revolutie in de Republiek der Zeven Provinciën.... een revolutie, die hij, zeker niet van ganser harte, heeft toegejuicht, maar die hem en zijn gelijken ophief uit den staat van vernederd staatsburgerschap.
De snelle ontwikkeling der politieke gebeurtenissen, bracht hem, den vroegeren ambts-onbevoegde, op de plaats der Amsterdamse burgemeesters; na de reorganisatie der gemeentelijke besturen, werd hij de eerste Amsterdamse burgemeester in den nieuwen zin des woords. Door zijn tijdgenoten miskend, ja verguisd, was hij nochtans in menig hachelijk uur de redder van de stad en het leven harer bewoners.
Toen eenmaal de golven der Franse gezindheid weg-ebden, begon hij, die altijd voor anderen op de bres had gestaan, den strijd voor de erkenning van wat hij, ongezien en met groot levensgevaar vaak, tot stand had gebracht.
Een merkwaardig man, méér: een man, die het zinnebeeld mag
H