PI ET ER CO RN EL IS HASSELAER !85
״broeders" reeds te Nieuwersluis hadden begroet. De vreugde der vergaderde geestverwanten kende geen grenzen. Er werd gezongen en gejuicht, gedronken en geklonken op de lang verbeide Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap, die nu voor de deur stond. De laatste overheidsdaad was het zenden van een patrouille ruiters der stedelijke troepenmacht naar den Nieuwen-dijk om wanordelijkheden te voorkomen. Maar de Patriotten, al in den roes der overwinning, dreigden geweld met geweld te keren, zodat de soldaten zich terugtrokken. Dien middag waren de Burgemeesters, nog zonder Hasselaer, opnieuw bijeengekomen in Straalman's woning. Nadat eerst een vertegenwoordiger van het „Comité Révolutionnair" zich had gemeld met den eis, dat het garnizoen zich niet tegen de volksvreugde zou keren, diende zich later op den middag een afgezant van Daendels aan, dr. C. R. F. Krayenhoff, een Amsterdams burger, die kort te voren de stad had verlaten en bij het Franse leger was ingelijfd. Op zijn weg van den Nieuwendijk naar de Herengracht was hem een grote menigte gevolgd, die nu voor het huis van Burgemeester Straalman het resultaat der onderhandeling afwachtte en zich zeer rumoerig gedroeg. Dr. Krayenhoff werd door de Burgemeesters ontvangen, die echter zijn volmacht tot onderhandelen zeer onvoldoende achtten. De Patriot nam daarop een dreigende houding aan, zinspelend op de menigte zijner aanhangers, buiten op de gracht en de regenten wijzend op de gevolgen voor hen en hun aanhang, wanneer zij zouden volharden in hun afwijzing. Tenslotte werd men het eens. Het Stadsbestuur zou de burgerij vrije hand geven en zich niet verzetten tegen wat zij menen zou te moeten doen. Men zegde voorts toe den volgenden morgen ten stadhuize te verschijnen om de macht aan het nieuwe bewind over te dragen. Dit zou op zijn beurt zorg dragen, dat wanordelijkheden achterwege bleven.
Dien avond ontving Hasselaer, nog steeds gedwongen het bed