182 PIETER CORNELIS HASSELAER
reden tot vreugde. De coalite van Engeland, Oostenrijk, Pruisen en Holland tegen Frankrijk gericht, had in het begin het krijgsgeluk aan haar zijde. Doch in het najaar van 1794 keerde de kans. Onder bevel van Pichegru rukten de Fransen het grondgebied der Republiek binnen, waar zij snel voortgang maakten. Ook in Amsterdam groeide de spanning. De Erfprins van Oranje en de Engelse legeraanvoerder, de Hertog van York, kwamen er ten stadhuize met de regenten maatregelen tot verdediging beramen. Er zou Engels garnizoen komen en door uitgebreide inundatiën hoopte men een beleg door de Fransen te kunnen weerstaan. Maar in de stad zelve nam met den dag de bedrijvigheid toe van hen, die met den vijand gemene zaak maakten. Onder het mom van leesgezelschappen hadden de Patriotten zich opnieuw georganiseerd. Zelfs was er een ,,Comité Ré-volutionnair" opgericht, dat de Fransen toeriep: „Verhaast de schreden van Uwe onverwinlijke legers, opdat zij met de broederkus de zegepalm en overwinningskroon ontvangen, welke wij voor hen bereiden".
Nog éénmaal greep de stedelijke overheid in. Zij deed de leesgezelschappen, die in de herberg „De Brug" in de Dijkstraat vergaderden, uiteenjagen en nam de verborgen wapendepots in beslag. De Patriotten verenigden zich echter opnieuw en zetten op andere punten der stad, zoals in „Het wapen van Emden" op den Nieuwendijk en in de „Karseboom" in de Kalverstraat hun ondergrondse actie voort, van den anderen kant niet schromend openlijk verzet aan te tekenen tegen besluiten der stedelijke regering, vooral de plannen tot afweer der naderende Fransen. Maar Burgemeesters deden de schutters onder de wapenen komen, posteerden soldaten op den Dam en arresteerden de voornaamste Patriotten. Inmiddels drongen de Fransen al verder en verder, de grote rivieren stuitten hun opmars, maar toen de vorst het water deed stollen, leidde de Patriot Daendels den vijand tot in het hart van het land.