197 PIETER CORNELIS HASSELAER
Doggersbank, de overwinning der Hollandse vloot op de Engelse, één ogenblik het nationaal zelfbewustzijn, het saamhorigheidsgevoel doen opleven, maar deze laatste vlam, die uit het smeulend vuur omhoogschoot, doofde even snel. Nieuwe begrippen omtrent vrijheid en volksinvloed braken zich baan. Het liberalisme was geboren, botsend vooralsnog op een taaie traditie, den zin tot zelfbehoud der oude overgeleverde staatsinstellingen. De strijd tussen Patriotten en Prinsgezind en, door politieke verhoudingen uit deze tegenstelling gegroeid, was in feite een strijd der opkomende burgerlijke democratie, het eerste politieke liberalisme, tegen oude regententradities, beschermd door den Stadhouder, op zijn beurt gesteund door mindere volksgroepen, die in Hem hun beschermer zagen tegen beiden. Deze strijd viel langen tijd samen met scherpe tegenstelling tussen Amsterdam en den Stadhouder. In de laatste jaren der Republiek werd haar grote politiek meer dan ooit bepaald door de machtigen in het Amsterdamse stadhuis die, volgens hun oude rechten een grote onafhankelijkheid bezaten tegenover het hoogst gezag in den lande, aanvankelijk de Staten-Generaal, na de invoering van het Erfstadhouderschap den Prins. Deze toch had op de regering der stad niet meer invloed dan door de jaarlijkse benoeming der Schepenen uit een voorgedragen dubbeltal, waarvoor echter niemand in aanmerking kwam, die de Amsterdamse regenten niet aangenaam was. Geen duimbreed week Amsterdam van die oude, bevestigde onafhankelijkheid, welke steeds de beste waarborg was geweest van zijn commerciële belangen, niet het minst waar het gold de bescherming daarvan in het buitenland. Zelfs zeer Prinsgezinde regenten als Burgemeester Hasselaer wisten op dit punt van geen toegeven. Nog éénmaal kwam dit tot uiting bij den vierden Engelsen oorlog, waarbij het gehele politieke spel, ook internationaal, tenslotte draaide om Amsterdam. De Stadhouder immers, door banden des bloeds verbonden aan het Britse Koningshuis, wilde