176 PIETER CORNELIS HASSELAER
geen oorlog met Engeland. Hij wenste een sterk leger tegen den Zuidelijken erfvijand Frankrijk. Amsterdam daarentegen, politiek door Frankrijk gesteund, zag juist in Engeland zijn groten economisch en vijand, welke het met een krachtige vloot te lijf wilde, aldus steun verlenend aan de in opstand verkerende Amerikanen. En Amsterdam was in de steeds zwakker wordende Republiek machtig genoeg om zijn wil door te zetten: de oorlog brak uit tegen den wens van den Stadhouder, tegen de bedoelingen van Den Haag. Het werd een oorlog van Amsterdam en uiteindelijk tegen Amsterdam.
Het geschil tussen den Prins en Amsterdam heeft de opkomst der Patriottische beweging verhaast. Het volk, althans de brede laag der burgerij, die tot dusver van allen invloed in de regering verstoken was geweest, deed zich thans gelden. Bij het laatste grote politieke spel der Amsterdamse regenten voor en tijdens den oorlog met Engeland, was men getuige geweest; van nu af wilde men zelf deel hebben in de ordening van 's Lands zaken. De oude regeerders der stad zagen zich de leiding ontglippen. Zij, de behoudende partij, kwamen thans als Prinsgezinden scherp te staan tegenover de Patriotten, die in het opeisen hunner ,,democratische" rechten in den Prins en zijn aanhang hun grootsten vijand meenden te zien. En naarmate de tegenstelling zich toespitste, werd de persoon des Prinsen de inzet van den strijd: voor den een een afgod, voor den ander een monster van boosheid. En de felle partijzucht werd gestookt door Engeland en Pruisen enerzijds, door Frankrijk aan den anderen kant, die elk hier een stuk zochten te winnen op het grote politieke schaakbord van Europa.
Zo was het Amsterdam van de tachtiger jaren der achttiende eeuw ogenschijnlijk slechts een zoetaardige stad, waar men, de kracht van het strijdbaar Valeriuslied ontwend, zich wiegen liet door een berceuse, waar gepruikte en gepoederde lieden met driekante steken, kleurige rokken, kuitbroek en kousen, de