187 PIETER CORNELIS HASSELAER
in zijn leven, maar, den blik vooruit, het geluk heroveren. Hij aanvaardde zijn functie van water-fiscaal, het voorgeschreven toezicht houdend op uitgaande schepen der rijkbeladen retourvloot. Pas na zijn laatst bevel ,,sluit de luiken" mochten de schepenhun thuisvaart aanvaarden. Verboden voorraden aan boord, die de water-fiscaal had moeten aanhalen, maar welke hij voorgaf niet te zien, brachten hem rijke winst aan ,,particuliere negotie". Hasselaer bleef maar kort een rouwend weduwnaar. Ver van het graf zijner vrouw, ver van zijn kinderen, zijn familie en vrienden, viel den nog jongen man het eenzame leven zwaar. Verkerende in den kleinen kring der Indische hogere ambtsdragers ontmoette hij kort na zijn komst te Batavia de vierentwintigjarige Grietje Mossel, dochter van den Gouverneur-Generaal. Met haar trad hij op 24 April 1757 in den echt, een huwelijk beneden zijn stand, maar een stap die hem vrijwel volledig herstel bracht van zijn geschokte financiën. Want de vader der bruid, Jacob Mossel, was tenslotte een heel eenvoudige jongen uit Enkhuizen, die zich door eigen kracht en bekwaamheid had opgewerkt tot de hoogste positie in Indië en groten rijkdom had vergaard. Ook zijn vrouw was een burgerdochter, Adriana Appels, uit Dordt geboortig. Zij hadden zeven kinderen, waarvan er hun drie al vroeg door den dood ontvielen. Mossel was een eerzuchtig man, die gaarne zag, dat zijn dochters goede huwelijken deden. Voor Grietje, de jongste, kwam de kans van haar leven, toen zij kennis maakte met den nieuw-benoemden water-fiscaal van Batavia, Mr. Pieter Cornelis Hasselaer, Heer der beide Eemnessen, die, ofschoon berooid, weduwnaar en vader van zeven kinderen, in het oog van den Landvoogd en van heel de Nederlandse samenleving in Indië een beste partij mocht heten. Zijn dochters waren de oogappels van den Gouverneur. Hij gaf hun namen zelfs aan versterkingen, die hij deed aanleggen: het fort Philippine werd naar zijn oudste dochter, de Grietenburg naar zijn jongste genoemd. Aan geld en