185 PIETER CORNELIS HASSELAER
aandeel in de lading van een handelsschip op thuisreis. Zijn invloedrijke relaties bezorgden hem de aanstelling tot waterfiscaal bij de Oost Indische Compagnie te Batavia, een zeer winstgevend baantje, niet zozeer om de hoge bezoldiging dan wel de aanzienlijke bijverdiensten door het oogluikend toestaan van sluikhandel, een openbaar kwaad, waar hoog en laag zich mee verrijkte. Zelfs zijn zetel in de vroedschap kon Hasselaer veilig stellen. Zijn zwager, Mr. Pieter Hartsinck, zou als Raad worden gekozen om bij Hasselaers terugkomst die plaats weer aan hem af te staan. Nog overwoog het echtpaar om samen naar Indië te gaan en daar zijn geluk te beproeven, maar tenslotte achtte men een tijdelijke scheiding het beste: de moeder zou in Amsterdam de kinderen verzorgen, de vader omstreeks Nieuwjaar aan boord gaan van het Compagnieschip ,,Amerongen", op weg naar zijn bestemming.
Maar al wat zij hadden voorzien, niet dat de tijdelijke scheiding waarin zij berustten, een eeuwig vaarwel zou zijn. Het achtste kindje kwam ter wereld, maar stierf kort na zijn geboorte. Zo nam Hasselaer aan het kraambed van zijn vrouw afscheid, de zeven kinderen onder haar hoede latend en reisde af naar Texel, waar de „Amerongen" op de rede lag. Maar eer het schip het anker lichtte was hij weer van boord. In den toestand van zijn vrouw bleek een ernstige wending gekomen, een ijlboodschap bereikte hem nog juist op tijd om naar haar ziekbed terug te keren, waar het einde onafwendbaar was. Dagen en nachten van waken in zorg en spanning werden weken. De vroedmeester eerst, de chirurgijn later, zij bleken machteloos tegen de koorts. En eindelijk, dien triesten Januari-middag, was de dood gekomen als een verlosser. Hasselaer wilde het niet begrijpen: nog geen zesendertig jaar telde hij; weduwnaar thans met zeven moederloze kinderen, die hij moest achterlaten als hij ver van hen zijn fortuin ging herwinnen. Daar in het donker bed lag zij, die zijn mooiste levensjaren met