184 PIETER CORNELIS HASSELAER
licht en de lucht, die zij in de sombere stadse woning al te veel moesten missen.
Tot het jaar tevoren een ommekeer was gekomen. In het verschiet van zijn tot dan toe zonnig leven pakten zich wolken samen. Voor het eerst leerde hij de bitterheid kennen van de zorg. Het liep hem tegen, slag op slag, zijn financiële omstandigheden wijzigden zich zo snel en zo volkomen, dat hij bedacht moest zijn op verstrekkende maatregelen. Lang spraken zij samen, de jonge energieke Clara en hij, in avonden dat zij bijeen zaten, hij cijferend en rekenend, zij terzijde, gebogen met hem over de papieren. Hij legde dan plotseling de veder neer en zag haar aan en zij voorkwam zijn moeilijke woorden door het vooruitzicht van een tijdelijke scheiding voorzichtig aan te roeren, de enig zekere weg naar uitkomst. Zij zouden wachten op den achtsten kleinen Hasselaer, die zich had gemeld; dan zou hij trachten in Indië opnieuw fortuin te maken. Want nog bood Indië grote mogelijkheden. Was ook niet de oude Cornelis Pieter Hasselaer, zoon van een onbemiddeld en chirurgijn te Enkhuizen, als nederig assistent naar Indië vertrokken en had hij er niet alles bereikt wat hij wenste? Aan durf en ondernemingsgeest ontbrak het den Hasselaers niet. Het bloed van de strijdbare Kenau Simonsdochter en van Pieter Dircksz., den dapperen vaandrig, vloeide nog in de aderen der nazaten, de nu vermaarde Amsterdamse regentenfamilie, die met trots op deze afstamming boogde. Met zoveel goede betrekkingen zou het ook Pieter Cornelis niet moeilijk vallen een lucratieve positie te verwerven, die hem opnieuw kans zou geven op macht en op rijkdom vooral.
Het waren moeilijke maanden geweest. Voor alles was geld nodig, gereed geld voor het delgen van schulden en het voeren der huishouding, hoe zuinig men thans ook beheerde. Zoo werd op ,,Groeneveld" een hypotheek genomen van twintigduizend gulden en verkocht Hasselaer al zijn waardestukken, waaronder