183 PIETER CORNELIS HASSELAER
vreugd en tegenslag, tot dezen dag en dit uur, nu plots een leegte viel, een verlatenheid die hem huiveren deed. Hij heugde zich zijn prille jeugd in Batavia, waar zijn vader, Cornelis Pieter Hasselaer, die in bescheiden rang naar Indië was gekomen, snel in aanzien steeg en de hoge positie van Eerste Raad en Directeur-Generaal mocht bereiken. In 1720 als oudste zoon geboren uit zijns vaders derde huwelijk, reisde hij in 1730 met broers en zusters, gesproten uit vier achtereenvolgende echtverbintenissen, naar Holland, naar Amsterdam. Gelukkige jaren volgden in het vaderlijk huis aan de Keizersgracht en 's zomers op het mooie buiten, de ridderhofstede ,,Groeneveld" in de Heerlijkheid der beide Eemnessen, welke zijn vader had gekocht en luisterrijk hersteld.
De oude Hasselaer overleed in 1737 en drie jaar later trad de zoon, toen twintig jaar, in het huwelijk met Clara Wendela Sautyn, dochter van oud-Burgemeester Mr. Willem Sautyn en Wendela Eleonora Reael, een voorname Amsterdamse regentenfamilie, die ,,'t Huys van Huydecoper" bewoonde, op den Singel bij de Vijzelstraat. Hij maakte, dank zij zijn vele goede familiebetrekkingen, snel carrière. In 1746 werd hij commissaris tot ontvangst van de honderdste en andere penningen, twee jaar later commissaris van huwelijkse zaken, in 1747 Schepen en in 1754 lid van de Vroedschap. Reeds jong maakte hij deel uit van het Regentencollege van het Burgerweeshuis. Van zijn vader had hij den titel geërfd van Heer der beide Eemnessen.
Het huwelijksleven met Clara Wendela Sauryn was zeer gelukkig. Zij woonden elf jaar in de Nieuwe Doelenstraat en verhuisden, toen het jonge gezin groter werd, naar de ruimere woning op den Kloveniersburgwal, ,s Zomers verbleef men op het buiten ,,Groeneveld"; een chaise met twee paarden vormden hier een waardevol bezit. Men maakte vaak tochten en in den groten tuin van het huis kregen de opgroeiende kinderen het
Twaalf Burgemeesters 11