NICOLAAS CORNELISZ. WITSEN 155
Toen de eeuw geboren werd, telde Amsterdam naar ruime schatting ongeveer 50.000 inwoners. Het was nog een kleine stad; de herkomst van bijna alle burgers was bij allen bekend, in de kleine stedelijke gemeenschap werkte men met en voor elkander. De eigenlijke stad lag nog besloten binnen de begrenzing der Middeleeuwse grachten, de Geldersekade, Kloveniersburgwal, de Binnen Amstel en de Singelgracht. Maar naarmate de eeuw groeide, breidde ook Amsterdam zich uit. Op 2 April 1595 had de stad van de Schreyerstoren vier schepen zien vertrekken, drie grote schepen en een jacht; 250 moedige kwanten waren aan boord en ook de gebroeders Houtman, schippers naast God. De eerste Compagnie van Verre, met bijna drie honderd duizend gulden gefinancierd door ondernemende kooplieden, ondernam den onderzoekingstocht naar den zeeweg, naar het rijke Indië.
Twee jaar lang hoorde Amsterdam slechts weinig van de schepen, totdat zij op 14 Augustus 1597 verschenen op de plaats, waar nu de Bantammerstraat van de Geldersekade naar den Y-kant loopt; de weg naar Indië was gevonden. Indië begon schatplichtig te worden aan het kleine landje in de delta van den Rijn; Indië gaf werk en levensmoed, Indië gaf handel en vertier; Indië wekte latente kf acht en in de nakomelingen van de kramers en vissers, die eens hun primitieve huizen op palen hadden gebouwd in de moerassen langs de Zuiderzee. De stad groeide. Zij zette uit naar alle kanten, kreeg de stedelijke rechten om landerijen in de omgeving te kopen, dorpen aan zich te hechten en huizen te bouwen. De periode van den groten uitleg van de stad trok nieuw werkvolk en nieuwe bewoners. Naarmate de eeuw ouder werd, kreeg de stad haar beroemden halve-maans-vorm, dien zij, voor wat de binnenstad betreft, tot op den tegenwoordigen dag heeft behouden en die zo karakteristiek is voor haar schoonheid.
Honderd jaar nadat de gebroeders Houtman terugkeerden van