NICOLAAS CORNELISZ. WITSEN 154
sullevement deser noot, nadat op komende Sondag ten eijnde de predicatie dese saeck by waerschouwing en aenspraeck aen de gemeente sal syn bekent gemaeckt, opdat ieder na sy gele-gentheijt middelijk vermoge uitrijken. Versoekende vorders aen de Heeren predicanten, dat also dese collecte sal geschieden aen de deuren van de kerken, na gedane predicatie sonder dat op dien voormiddag van wege diaconie of andere besorgers der armen sal werden aangegaen, dat sy op het eijnde van haere predicatien enig vermaen, lijdende om de gemoederen tot bermhertigheijt te bewegen, geliven te doen, en ofschoon waer is dat vele dezer vlugtelingen herwaerts aen en overkomen, so wel uijt Walslant als het gebiet van Sijn Koninklijke majesteit van Vrankrijk, dat sy egter niet aenstotijkx geliven te melden van de persoon en conduijte des koninx omtrent bekende vervolgingen. Dit om bijsondere redenen."
Op deze wijze moest vele malen de geldnood der vluchtelingen worden gelenigd. Nog zes en twintig jaar nadat Witsen deze memorie had opgesteld (in 1707), was het nodig, de Waalse Diaconie opnieuw te helpen, ,,dat de armoede onder de Fransche vlugtelingen bij gebrek van werk in den tegenwoordigen oorlogstijd zoo sterk toegenomen was." De hulpe, die de stad verleende en ,,de last, die de Stad hiervan hadt, werdt gevonden uit de verhoogde huur der Banken in de Vleeschhalen en uit eene belasting van vijf honderd guldens op allen, die voortaan met verlof van Burgemeesteren, de neering van Koffyschenken, hier ter
stede beginnen, of overneemen zouden."
#
Wanneer onder het burgemeesterschap van Nicolaas Witsen de eeuw ten einde spoedt, staat het liefdadig Amsterdam, met nieuwe rijkdommen begiftigd, door nijvere burgers bewoond, die uit vele landen naar het Y zijn gekomen om er te leven en te werken, krachtig en zelfbewust in de wereld.