NICOLAAS CORNELISZ. WITSEN 174
Het goede voorbeeld, dat Amsterdam en andere steden gaven, bleef niet zonder navolging. Een edele wedijver in naastenliefde ontbrandde. De Staten van Friesland besloten in 1683 ,,oock om te betonen hare chariteit omtrent de Huysgenooten des Geloofs" dat aan Franse vluchtelingen landerijen en hofsteden zullen worden toevertrouwd om deze „te bebouwen en te cultiveren om dezelve naaderhants in eigendom te besitten" en verder „dat een generaal collect over de gantsche Provincie zal worden gedaen, uit welcke als dan aan haer sal worden verschaft, al wat tot culture der landen ende provisioneele subsitentie der Vlughte-lingen gerequireerd kan worden." In 1685 besloot de Raad van Middelburg „om door couranten te laten bekend maken, dat aan alle Gereformeerden die ter zake van de religie zich aldaar metterwoon zouden komen nederzetten, verleend zou worden vrydom om in alle gilden te mogen komen zonder iets te betalen, en dat zy ook vry zouden zyn van alle stedelyke lasten voor den tyd van tien jaren." De Staten van Zeeland besloten voorts „tot eene inzameling van gelden door geheel het gewest ten behoeve der Fransche uitgewekenen, in de Provincie gevestigd; alsmede, eene week later, om onderstandsgelden by te dragen ten behoeve der uit Frankryk gevluchte officieren, onder voorwaarde dat zij, voor zooverre zy aan het gewest werden toegedeeld, hun geld in het zelve zouden komen verteren." De stad Utrecht liet in de „openbare papieren" verkondigen, dat aan alle Gereformeerde vluchtelingen binnen haar muren „zou worden vergund vrijheid van burgerschap, tocht en wacht, daarenboven vrydom van familiegeld en alle persoonlyke lasten voor den tyd van twaalf jaren." Groningen en de andere steden volgden spoedig.
Het nobele voorbeeld van Amsterdam vond alras overal in de provincies navolging.
#