NICOLAAS CORNELISZ. WITSEN 172
In de historie van het werk der goedertierenheid, dat Holland in die dagen verrichtte, staat Amsterdam met een stralenkrans omgeven; van de daden der barmhartigheid was Nicolaas Witsen de stuwende kracht en de organisator, de man, die niet alleen zijn eigen stad, maar ook de andere Hollandse steden aanspoorde om deze gewesten te maken tot de ,,Arke des behouds voor de vluchtelingen."
*
Consolator Gallorum afflictorum, trooster der bedroefde Fransen, heeft een tijdgenoot Nicolaas Witsen genoemd; er is reden om aan te nemen, dat hij, vrijgevig, uit eigen beurs even krachtig steunde als uit de kas van de stad. Geheel zonder tegenstand van burgerij en stedelijke bestuurders kwam dit werk der naastenliefde niet tot stand. Zolang men met Frankrijk nog in vrede leefde, was de invloed groot van degenen, die op voorzichtig beleid aandrongen om den machtigen Fransen koning niet te ontrieven en bij wie de stem van omzichtige zelfzucht luider klonk dan de stem van het eigen geweten, die tot snelle hulp aanspoorde. Bovendien waren de tijden niet altijd zonder zorg. En niet overal vond bij de rechtzinnige Hollanders de levensstijl der Fransen instemming; de vrouwen waren wuft, de mannen heetten ongedurig. Wals is vals, placht men reeds in die dagen te zeggen en naarmate men de vluchtelingen minder gaarne zag, herhaalde men dit spreekwoord met groter nadruk. Het moet den burgemeester Nicolaas Witsen niet altijd gemakkelijk gevallen zijn de goedertierenheid jegens de bedroefde Fransen te betrachten. Nochtans zette hij door; het werk voor de vluchtelingen, door zijn voorgangers reeds begonnen, breidde zich uit. Een commissie uit den gemeenteraad stelde in een lang rapport voor, dat de ouderlingen van de Waalse gemeente „het bewind behoorde gegeven te worden om de nieuw overkomende handwerkslieden voort te helpen naar ieders ge