NICOLAAS CORNELISZ. WITSEN 148
den wille van de vrijheid en het geloof uit Frankrijk naar Holland waren gekomen.
Koning Lodewijk XIV, wiens omgeving niet 20 zonnig was als zijn bijnaam zou doen veronderstellen, vervolgde de Franse Protestanten te vuur en te zwaard. Het critische moment in deze vervolgingen was de opheffing van het Edict van Nantes in 1685, maar reeds voor dat jaar weerklonken in de straten der Hollandse steden de smartkreten van vluchtelingen, die voor het ruwe geweld van krijgslieden en pijnigers over de grenzen naar veiliger oorden waren gevlucht.
De scheidingslijnen tussen de godsdiensten in Frankrijk liepen goeddeels parallel met de scheidingslijnen tussen vrijheid en onderdrukking; de staatkundige leerstellingen van Willem den Zwijger, de strijd der Nederlanden tegen de Spaanse overheersing had in de Protestantse steden van Frankrijk diepe weerklank gewekt. Van Lodewijk XIV kende men in Holland zeer wel de uitspraak: ,,Mijn grootvader beminde de Hugenoten en vreesde hen niet; mijn vader beminde de Hugenoten niet en vreesde hen; en ik bemin ze niet en vrees hen evenmin." Landsknechten trokken door Frankrijk en eisten, krachtens koninklijk decreet, voor zichzelf toegang en huisvesting in elke woning, die zij verkozen. De eigenlijke bewoner van het huis was dan verplicht om den ongenoden gast te onderhouden; de gast op zijn beurt was verplicht zijn koning getrouw verslag te doen van alle handelingen, gezegden, vrienden en kennissen van zijn gastheer. Verraad en corruptie tierden welig; wie een oproerige bij den koning aanbracht mocht op een goede beloning rekenen, wie, door tijdig rapport, medehielp een vluchteling de pas naar het buitenland af te snijden, erfde zijn vermogen. Aan de grenzen stonden soldaten opgesteld, die de wanhopigen terugjoegen naar het land, dat zij wilden ontvlieden. Strenge bepalingen op wat een moderner wereld ,,kapitaalsvlucht" heeft leren noemen, beschermden het vermogen des lands tegen de