NICOLAAS CORNELISZ. WITSEN 139
een actief burgemeester, die voor zijn stad vele reizen deed, met krachtige hand regeerde, in vele commissies en colleges zat; hij was filantroop, koopman en politicus. Rijk is het leven van Nicolaas Witsen dus ongetwijfeld geweest; het begon op 8 Mei 1641, het eindigde op 15 Augustus 1717 en bij zijn dood dichtte men:
,,Men bouw' geen marm'ren Spitsen, Geen grafnaald voor Heer Witsen Die deugd en wijsheid kent,
Heeft hem in 't hart geprent."
#
In de Koestraat te Amsterdam, op de plaats waar thans het Museum van het Wijnkopersgilde staat, is Nicolaas Witsen ter school gegaan; daar stond in die dagen het oude Bethanien-klooster, dat ingericht was als Latijnse school. Aan den overkant van het Gildehuis staan thans nog de drie kleine huisjes, in welker gevels de beeldjes van ״Geloof", „Hoop" en „Liefde" zijn gemetseld; daar woonden later de professoren van de school.
De familie Witsen had de stad reeds vele en bekwame regeerders geleverd; zij gaven den jongen Nicolaas het rijkste geschenk voor zijn verdere leven: een goeden naam en een eerlijke reputatie. De vader van Nicolaas was schepen en burgemeester geweest en schoon de geschiedschrijver van hem vermeldt, dat hij een stevig glas wijn boven alles minde, toch zijn er in de opvoeding van den jongen elementen te vinden, die er op duiden, dat de vader zijn zoon Nicolaas reeds vroeg bestemd had voor het hoge ambt, dat deze later zo roemrijk zou bekleden. Want in de aantekeningen van den jongen Nicolaas (hij heeft van zijn prille jeugd af alles wat hij beleefde, hoorde of zag uitvoerig te boek gesteld) vinden wij het relaas van een reis naar Engeland, die