il6 COENRAAD VAN BEUNINGEN
had, dreigden nu de schandelijke voorwaarden van den vrede het laatste zelfrespect bij regering en volk te doven. Maar de regeringen van enkele steden, die van Amsterdam vooraan, verzetten zich met hand en tand tegen den geest van doffe berusting, die over het land scheen te komen. In bewogen vergaderingen wisten zij door te zetten, dat de afgevaardigden naar de vredesonderhandelingen geen vrije volmacht medekregen, doch dat deze onderhandelaars verplicht werden om niet alleen met de landsregering, doch ook met de voornaamste stedelijke regeringen overleg te plegen over den inhoud der vredesvoorwaarden. Bij het sluiten van den vrede en de consolidatie van de in 1672 geschapen nieuwe toestanden, zat Coenraad van Beuningen dan aan in alle belangrijke conferenties waar beslist werd over de toekomst van land en volk.
De campagne, die de Fransen tegen hem voerden is wat felheid aangaat, pas in de nieuwste geschiedenis geëvenaard en wij, die met het onbevangen oog van een generatie, die drie eeuwen later leeft en de gebeurtenissen van die dagen hartstochtloos kan bekijken, door het objectief van den geschiedenisschrijver de persoon van Van Beuningen trachten te zien — wij ontwaren een man, die zelfs in het wildste tumult van oorlogvoering en onderhandeling, bevangen was door een heimelijk verlangen naar stilte en afzondering.
Zijn tijdgenoten spraken van hem met woorden van hoge achting of van diepe verachting, maar vijand noch vriend konden verzwijgen, dat hij somtijds overvallen werd door een machteloze wanhoop, een geestelijke moeheid, een verlangen om alle wereldse ijdelheden van zich af te schudden en weg te gaan, ver weg naar de stilte. De zaken van stad en staat lieten hem echter niet los. Hij nam deel aan de vredesonderhandelingen in Keulen, hij onderhandelde met Michiel Adriaanszoon de Ruyter, die de kust bewaakte, over de samenstelling van de vloot en de kansen van den oorlog ter zee; het landsbelang dreef hem naar